Onderzoek naar mogelijke pingoruïnes in de omgeving van Koekange: misschien is het Sultansmeer er ook wel een

Is het Sultansmeer tussen Ruinerwold en Weerwille een pingoruïne? Of de halve maanvormige plas in het natuurgebied van Berghuizen dan? Als het aan Anja Verbers van Landschapsbeheer Drenthe ligt wordt dat in het najaar eens goed uitgezocht. Een flinke klus waar ze nog vrijwilligers voor zoekt.

Is het Sultansmeer tussen Oosteinde en Weerwille wellicht een pingoruïne?

Is het Sultansmeer tussen Oosteinde en Weerwille wellicht een pingoruïne? Foto: Artizzl Media / Peter Nefkens

Een pingo is een kleine bolvormige heuvel die ontstaat in een ijstijd: door het uitzetten van bevroren grondwater wordt een laag bevroren grond opgetild. Een pingoruïne is een cirkelvormig meer of krater die ontstaat wanneer de temperatuur stijgt. Veel pingoruïnes worden na het smelten van het ijs langzaam met veen opgevuld, iets wat zich gedurende duizenden jaren afspeelt. Een pingoruïne is typisch Drents.

Volgens Anja Verbers, die bij Landschapsbeheer Drenthe alles weet van pingo’s en pingoruïnes, is er nooit zo heel veel gezocht in Zuidwest-Drenthe. „Vooral in het gebied rond Koekange en Berghuizen liggen heel veel potentiële pingoruïnes, maar die staan nog niet op onze kaart”, zegt Verbers.

Een blinde vlek op de kaart

Landschapsbeheer Drenthe heeft op internet een interactieve kaart gemaakt waarop te zien is waar de meeste pingo’s en ruïnes zich bevinden. Daarop is te zien dat de bedoelde regio inderdaad een blinde vlek op de kaart is. „Het aantal open watertjes dat daar op een rij ligt, is een onderzoek waard. Het lijken wel kolken, maar ik heb verhalen gehoord vanuit de regio dat sommige van die wateren enorm diep zijn. Dat kan wijzen op een pingoruïne”, legt Verbers uit.

Met name ten westen van Koekange, bij de Schoonveldeweg en de Hooijersteeg, en bij Berghuizen zijn van die wateren te vinden, net als vlakbij Broekhuizen. „Zeker vijftien tot twintig, maar die zijn nooit onderzocht. Er wordt op onze interactieve kaart in dat gebied bijna geen pingoruïne aangegeven en dat is raar, het klopt gewoon niet”, vindt de pingokenner. Ze wijst op het Sultansmeer en het water bij Berghuizen, dat in een gebied van Natuurmonumenten ligt. „Het Sultansmeer staat niet eens op onze kaart, wellicht is het ook een pingoruïne. Wat het water in Berghuizen precies is, dat weet ik nog niet.”

Geen keileem op de bodem

Het bijzondere aan dit gebied is volgens Verbers dat er geen keileem in de bodem ligt. „Ik ben benieuwd wat dit voor laagtes zijn en waarom ze niet dichtgroeien. Een pingoruïne kan een diepte hebben van 2,5 tot maximaal 20 meter, maar meestal gaan ze tot 6 meter en zijn ze opgevuld met veen. Daarom willen wij graag boren, dan boor je op een gegeven moment door het veen heen. Dat is lastig, want je moet al snel met een vlot of een bootje het water op.”

Geschiedenis van het gebied

Het belang van het vaststellen of een watertje wel of niet een pingoruïne is, heeft vooral te maken met de manier waarop zo’n plek moet worden beheerd. „Het is voor mij persoonlijk belangrijk om te achterhalen of iets een pingoruïne is, maar we willen die locaties graag bewaren. Het is wel de geschiedenis van het gebied. Het vertelt het verhaal hoe het land zich heeft ontwikkeld.”

Landschapsbeheer treedt in overleg met grondeigenaren en komt eigenlijk nooit tegenstribbelende mensen tegen. Het gaat vaak om boeren, maar ook natuurorganisaties. „Voor boeren geldt vooral dat ze er niet te veel last van moeten hebben.”

Smeltwaterzanden

Er is de afgelopen jaren al het nodige onderzoek gedaan, vooral door studenten. Van 57 locaties in Drenthe kon worden vastgesteld wat voor type element het is: pingoruïnes, mogelijke ruïnes, uitblazingskommen (laagtes ontstaan door ingrijpen van de mens) of gewoon afgravingen en vijvers. „Tot nu toe hebben we vooral onderzoek gedaan in gebieden met keileem in de ondergrond. Bij Koekange gaat het om een ondergrond die vooral bestaat uit smeltwaterzanden. Ook de grond tussen Hoogeveen en Hollandscheveld is interessant om te onderzoeken. Dit gebied heeft een lange verveningsgeschiedenis en er zijn daar diepe gaten, waar zelfs veenschippers angst voor hadden.”

Onderzoek

Er heeft zich al een aantal vrijwilligers gemeld voor dit onderzoek, maar er kunnen er nog bij. „We hebben liefst mensen die affiniteit hebben met het onderwerp en met het doen van veldwerk. Het is pittig om te doen en er moet nauwkeurig worden beschreven wat we tegenkomen”, laat Anja Verbers weten. Aanmelden kan via a.verbers@lbdrenthe.nl Meer informatie over pingoruïnes is te vinden op www.pingoruines.nl