Raad van State zit gemeente Westerveld weer dwars en vernietigt derde bestemmingsplan op rij

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 in zijn geheel vernietigd.

De lelieteelt geeft nog steeds problemen in de gemeente Westerveld.

De lelieteelt geeft nog steeds problemen in de gemeente Westerveld. Foto: Archief NDC

Het beroep was ingesteld door Milieudefensie Westerveld, Meten=Weten en Bollenboos. Het bestemmingsplan is vernietigd omdat niet werd voldaan aan de eisen die de Wet natuurbescherming aan een bestemmingsplan stelt.

Na de plannen uit 2012 en 2017 is dit het derde bestemmingsplan op rij van de gemeente Westerveld dat door de Raad van State van tafel wordt geveegd.

Voor de ruimtelijke ordening van het buitengebied moet nu weer worden teruggevallen op de bestemmingsplannen van vóór de gemeentelijke herindeling van Diever, Dwingeloo, Havelte en Vledder.

De partijen die het beroep hebben aangespannen, zien het niet als een overwinning. „Eerder wordt schaamte gevoeld voor een gemeentebestuur dat 23 jaar na de herindeling er nog steeds niet in is geslaagd een houdbaar bestemmingsplan te maken. Een brevet van onvermogen”,. Stellen de bezwaarmakers vast.

Prachtige gemeente

Westerveld is in de ogen van de bezwaarmakers een prachtige gemeente met veel natuur, recreatie en landbouw. „Het moet mogelijk moet zijn om een evenwichtig bestemmingsplan te maken dat recht doet aan alle belangen.”

De impasse rond de ‘lelieteelt’ zien de drie organisaties als een van de hoofdoorzaken. „Het gemeentebestuur wil hierin almaar niet naar haar inwoners luisteren. Sterker nog, niet eens met die inwoners echt in gesprek wil.”

Sinds de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 18 juni is duidelijk dat voor het gebruiken van grondwater of oppervlaktewater voor beregening, voor het toepassen van drainage en voor het verspreiden van giftige middelen een natuurvergunning nodig is.

„In een volgend Bestemmingsplan Buitengebied zullen dus ook regels opgenomen moeten worden over de impact van dergelijke intensieve ingrijpende teelten, net als het geval is bij de veebedrijven.”