Rint Massier (85) uit Staphorst stopt met actief zoeken naar zijn vermiste vader, de hoop op een match blijft altijd. 'Door behulpzame Duitsers leerde ik vergeven'

Dood is beter dan vermist, wordt vaak gezegd. Rint Massier (85) uit Staphorst is het daarmee eens.

Rint Massier. Actief zoeken doet hij niet meer, maar de hoop op goed nieuws is er nog altijd.

Rint Massier. Actief zoeken doet hij niet meer, maar de hoop op goed nieuws is er nog altijd. Foto: Streekredactie / Eelco Kuiken

Zijn vader Jan overleefde de concentratiekampen Neuengamme met nevenkampen en Sandbostel, maar verdween direct na zijn bevrijding op 29 april 1945 spoorloos. Jaren zoeken leverde niks op. Rint stopt met actief speuren, maar nog altijd hoopt hij op een bericht dat het lichaam van pa is gevonden.

Foto’s uit Noord-Duitse concentratiekampen met daarop uitgemergelde overlevenden ploos Massier minutieus uit. Zou vader erop staan? Iedere voor hem denkbare instantie in Duitsland schreef hij aan of bezocht hij, altijd met zijn zwager en beste vriend Teun Mur. „Zonder hem was dit niet allemaal gelukt.”

Massiers leven staat in het teken van die ene vraag: waar is pa? Het DNA van de Massiers ligt in een database in Hamburg. De hoop dat er ooit een match komt, is er nog steeds. „Mocht het bericht komen, dan zitten Teun en ik meteen in de auto om pa terug te halen. Hij hoort naast onze moeder te liggen op de begraafplaats.”

Razzia

Massier weet het nog als de dag van gisteren. Het was een rode autobus met daarin een Meppeler SS’er en een handvol Nederlandse en Duitse agenten die vader Jan Massier (toen 34) in het holst van de nacht arresteerden in zijn woning op Werkhorst N46A in Staphorst. Rint werd die dag, 31 augustus, 8 jaar. Zijn verjaardag bleef altijd beladen. <EP>De politie pakte twintig mannen op. Ze werden als represaille-gijzelaar gevangengezet in Kamp Amersfoort. De razzia vond plaats na de aanslag van het verzet op de commandant van kamp Beugelen. Hij raakte gewond, maar overleefde. Op 6 september, dus niet veel later, reed de hoge SS’er Nico van der Schatte Olivier met zijn chauffeur door de Staphorster Staatsbossen. Ze kregen autopech. Het verzet dat in de bossen bivakkeerde, kreeg de vijand op een presenteerblaadje aangereikt. Een executie volgde. De Duitsers waren razend. Ze zetten de twintig Staphorsters meteen op transport naar Neuengamme. Niemand keerde terug.

„Ik weet nog dat pa bij ons op de kamer kwam om gedag te zeggen. Of hij ons kuste, weet ik niet meer. Hij liep met zijn overhemd over de arm de bus in. In het borstzakje zat zijn Parker vulpenset en in een van zijn mouwen een gouden manchetknoop. Wij hebben vader nooit teruggezien. Pas begin jaren zestig kregen we via het Rode Kruis de vulpenset, zijn trouwring en de manchetknoop terug.”

Na de oorlog druppelden de overlijdensberichten binnen in Staphorst. Negentien mannen waren dood. De Massiers kregen dat bericht niet. Jan Massier had acht maanden dwangarbeid overleefd. Op een van de zogeheten dodenmarsen kwam hij in kamp Sandbostel bij Bremervörde terecht. Daar arriveerden de Engelsen op 29 april. 34 jaar oud en 34 kilo zwaar werd hij met lotgenoten naar een ex-Kriegsmarine-kamp in Bremer-Farge (Neuenkirchen-Schwanewede) gebracht om daar bij te komen en in quarantaine te gaan. Documenten tonen dit aan en overlevenden vertelden dit nadien aan de Massiers.

Raadsel

Wat er daarna gebeurde, is mistig. „Het is bekend dat pa ‘s nachts water ging halen voor een zieke lotgenoot en dat hij toen is gevallen. Hij liep een zware hoofdwond op en werd naar de ziekenbarak in het kamp gebracht”, zegt Rint.

„De wond kon daar niet behandeld worden. Pa moest naar een echt hospitaal en die was niet in Neuenkirchen-Schwanewede, maar in Rotenburg-. Zijn lotgenoten wilden, voor dat ze verder trokken naar huis, afscheid van hem nemen, maar Jan Massier lag niet meer op zijn bed. Vanaf dit punt verdween hij van de aardbodem, het was half mei 1945. Misschien stierf hij tijdens het transport en werd hij ergens begraven? We weten dat hij niet verbrand is, want dat gebeurde niet na de bevrijding van de kampen.”

„Mijn moeder heeft tot aan haar dood in 2001 gehoopt op zijn terugkeer. We beloofden haar te blijven zoeken naar Jan. Altijd als er een man in de buurt rondliep die een verdwaalde indruk maakte, zei ze: ga eens even kijken, zou het Jan kunnen zijn. Toen op de Werkhorst het wegenplan werd veranderd, was moeder ongerust, stel dat Jan komt, dan kan hij de weg niet terugvinden.”

Vrienden

Nog altijd hopen de Massiers dat vader gevonden wordt. „Mijn vermoeden is dat hij begraven is op het Evangelischen Hospital Friedhof in Neuenkirchen-Schwanewede (Bremer-Farge), daar zijn veel graven uit die tijd. Een aantal graven is voor ons geopend, maar dat leverde niks op.”

Vanaf 2004 koestert Massier geen haat meer tegen de Duitsers. „Tijdens ons onderzoek in Duitsland gingen alle deuren met de grootst mogelijke vriendelijkheid en medeleven voor ons open en iedereen deed z’n best om te helpen zoeken. Veel Duitsers zijn daardoor vrienden voor het leven geworden. Door deze jonge generatie Duitsers heb ik leren vergeven. Ook mijn moeder drukte ons altijd op het hart om niet te haten, maar lief te hebben.”

„Zonder haar Jan zette ze pa’s bedrijf in Meppel voort. Met veel inzet, want als onze vader terug zou komen, moest het bedrijf goed lopen...”