Enige overgebleven coöperatieve grasdrogerij van Nederland staat in Ruinerwold: 'Toen het weer omsloeg, meldden alle boeren in ons gebied zich tegelijk'

In de rubriek ‘Made in...’ laten we zien wat bedrijven in onze regio maken en vertellen we het verhaal achter die producten en ondernemingen.

Directeur Robert Emmink.

Directeur Robert Emmink. Foto: Martijn Bijzitter

Het seizoen is in volle hevigheid losgebarsten voor Grasdrogerij Ruinerwold. De drukte hangt samen met de weersomstandigheden en die zijn, na een uitzonderlijk natte meimaand, de afgelopen weken bijzonder gunstig geweest. De enige coöperatieve grasdrogerij in Nederland zet dus alle zeilen bij om luzerne en gras te verwerken tot veevoeders. Er worden luzernebalen, grasbalen, luzernebrokken en grasbrokken van gemaakt.

Boeren die hun gras laten drogen, kunnen hun dieren dus voeden met hoogwaardige voeding van eigen gras en hoeven minder krachtvoer of enkelvoudige voeders aan te kopen. Daarnaast wordt een deel als grondstof verkocht aan mengvoederbedrijven. „Het seizoen begint eind april, begin mei”, vertelt directeur Robert Emmink. „Dit jaar was mei extreem nat en op drassig land is het lastig maaien. Toen het weer omsloeg, meldden alle boeren in ons gebied zich tegelijk. Ze wilden maaien en ingepland worden zodat wij het gras komen halen.”

Flinke capaciteit

Grasdrogerij Ruinerwold heeft een flinke capaciteit, die wordt uitgedrukt in liters waterverdamping per uur. Bij de coöperatie in Ruinerwold gaat het om 50.000 liter. „De uitdaging op dit moment is vooral het rond krijgen van de planning. Boeren willen een zo kort mogelijke periode tussen maaien en drogen omdat de kwaliteit van het gras achteruit gaat als die veldperiode langer duurt. Het is dus strak plannen. Het seizoen loopt ongeveer tot en met november. In die periode drogen we zes dagen per week, 24 uur per dag en produceren we zo’n 10 tot 15 ton gedroogd product per uur.”

Het verzorgingsgebied van Grasdrogerij Ruinerwold is groot, zo’n 60 tot 80 kilometer rond Ruinerwold, en de aangesloten boeren hebben over het algemeen veel gras dat gebruikt kan worden om te drogen. Robert Emmink: „Dat heeft te maken met de hoeveelheid vee per hectare, die ligt in dit deel van het land lager dan in veel andere delen van het land. Boeren die hun eigen gras laten drogen voor veevoer, hoeven geen soja te importeren, dat vaak uit Zuid-Amerika komt. Soja is een veelgebruikte eiwitbron voor vee. Bij het droogproces van gras en luzerne worden eiwitten gevormd waar melkvee meer mee kan, dus het heeft meerdere voordelen.”

Er zijn in Nederland zes grasdrogerijen, elk met hun eigen verzorgingsgebied, maar Grasdrogerij Ruinerwold is de enige overgebleven coöperatie, met 207 leden en een bestuur. Emmink: „De leden bepalen gezamenlijk wat het beste is, zoals de investering in moderne apparatuur. Het aantal leden neemt af, maar de productie niet. Kleine bedrijven zonder opvolging worden vaak gekocht door bedrijven ernaast, waardoor er voor ons niks verandert. De productie is vooral afhankelijk van grondstofprijzen en het weer, dus de voorspellingen worden doorlopend in de gaten gehouden.”