Stichting Zwartewatersklooster doet mee aan wedstrijd van Het Oversticht. Stilteplek als ode aan verleden

De Stichting Zwartewatersklooster wil in het gelijknamige oeroude gehucht een ontmoetings- en bezinningsruimte creëren, zodat mensen die hier passeren of een ommetje maken even van de stilte kunnen genieten. Het moet een ode worden aan het klooster van weleer.

Het oeroude gehucht Zwartewatersklooster.

Het oeroude gehucht Zwartewatersklooster. Foto: Frens Jansen

De stichting doet daarom mee aan de wedstrijd ‘Erfgoedsterren’ van het Oversticht, de regionale welstands- en monumentenorganisatie van de provincie Overijssel. De winnaar maakt kans op 10.000 euro startgeld.

23 plannen zijn ingediend. Het zijn ideeën die erfgoed als motor inzetten voor de maatschappelijke uitdagingen van vandaag. Stemmen op een van deze ideeën is mogelijk tot 30 september via de website van Het Oversticht.

De Stichting Erfgoed Zwartewatersklooster heeft het plan om op deze plek weer een stilte- en rustplek te realiseren, als ode aan het klooster van weleer. In deze drukke en jachtige tijd is het waardevol om aan passanten een plaats en moment van rust aan te bieden waarbij je tot rust wordt gedwongen, en rust kan ervaren. Vanuit dit onderkomen, wellicht een soort kapel, kunnen ook rondleidingen plaatsvinden.

Historie tastbaar maken

Vorig jaar rond deze tijd zag Stichting Zwartewatersklooster het levenslicht. Ze wil de geschiedenis van het gehucht nabij Rouveen en Hasselt onder de aandacht brengen, de historie bijna tastbaar en beleefbaar maken, veel meer dan nu gebeurt. Het gehucht bestaat al sinds de bouw van een nonnenklooster met kerk op deze plek in 1233. Vanuit hier ontstonden Rouveen en Staphorst. De stichting kreeg de beschikking over een lapje grond om daar in de toekomst wat te doen.

Het klooster verrees naar aanleiding van de slag bij Ane. Deze veldslag vond plaats op 27 juli 1227 op een veld in de buurt van het huidige dorp Ane, nabij Gramsbergen. De commandanten van dat leger (149 ridders) die daarbij sneuvelden, liggen (vermoedelijk) begraven in Zwartewatersklooster.

Het klooster ‘Mons Sancte Marie’ werd met dat doel door de bisschop van Utrecht in 1233 gesticht. Nonnen dienden te bidden voor het zielenheil van deze ridders. Het klooster bestond tot aan de Reformatie en werd daarna langzaam gesloopt. De laatste resten verdwenen rond 1800. Van de stenen werden onder andere boerderijen gebouwd.