‘Ik ben nu eenmaal een onderzoeker’, zegt Gerard van Oosten.

Stipwerkvirtuoos Gerard van Oosten leek van de aardbodem verdwenen, maar zit in Almelo

‘Ik ben nu eenmaal een onderzoeker’, zegt Gerard van Oosten. Artizzl Media / Peter Nefkens

Staphorst / Almelo - Waar is Gerard van Oosten toch? Menige inwoner van de gemeente Staphorst heeft zich dat het afgelopen jaar afgevraagd; de in stipwerk gespecialiseerde ambachtsman leek wel van de aardbol verdwenen.

Tot hij zich anderhalve week geleden op Facebook meldde: Gerard zit in Almelo bij zijn vriendin en is zijn atelier Dingstede aan de Oeverlandenweg kwijt. Hij zoekt dringend woonruimte, liefst ergens in de Kop van Overijssel.

Zijn vakwerk was te zien op de Parijse catwalk in de collecties van de Belgische couturier Walter Van Beirendonck en de Franse ontwerper John Galliano. De kostuums waren gemaakt van met stipwerk bedrukte stoffen. Gloriedagen voor Gerard van Oosten, maar nu is alles anders. Zijn leven staat op z’n kop.

Bizar verhaal

Het is een bizar verhaal dat Gerard te vertellen heeft: eentje van liefde, mantelzorg, onbegrip en de plannen die de Staphorster zonder atelier nog heeft voor de toekomst. Voor wie dan toch echt nog nooit van Gerard van Oosten heeft gehoord: hij is 50 jaar, zoon van een voormalig SGP-raadslid en predikant, maar heeft andere wegen dan het christelijk geloof gezocht én gevonden. „Maar ik ben nu eenmaal een onderzoeker en dat doe ik dus nog steeds”, zegt hij op het terras van een restaurant in Almelo. Met zijn karakteristieke sigaar binnen handbereik zoekt de zeer spiritueel ingestelde man af en toe naar de juiste woorden.

Mooie dingen

Gerard van Oosten maakte naam met de verdere ontwikkeling van het Staphorster stipwerk. „Ik heb Staphorst in 2013 op de kaart gezet, ik heb met leuke ontwerpers gewerkt en er zijn heel mooie dingen gebeurd. Ik ben iemand die graag naar buiten treedt, maar mijn energie ligt nu even ergens anders.”

En dat betreft zijn vriendin Aldin, die hij via een datingsite leerde kennen, die een zwaar autistische dochter van 12 heeft, luisterend naar de naam Eva, haar moeder aan borstkanker kwijtraakte en een vader van over de 80 heeft die het leven eigenlijk wel gezien heeft. Ook heeft Aldin nog een man, Rob, maar die liep jaren geleden in het ziekenhuis van Almelo een zware hersenbeschadiging op en woont nog nauwelijks thuis.

Het is eigenlijk helemaal niet zo vreemd dat Gerard in Almelo terechtkwam, want het is naar eigen zeggen de bakermat van het stipwerk. „Het waren de gebroeders Palthe uit Almelo die het stipwerk introduceerden in Staphorst, zij maakten met olieverf motieven op textiel en dat kwam in Staphorst”, legt Gerard uit. Omdat hij niet echt in toeval gelooft, maar meer van mening is dat dingen zijn voorbestemd, was het niet verrassend dat Almelo op zijn pad kwam.

Overlevingsstand

Hij bivakkeerde de laatste maanden hoofdzakelijk in de rijtjeswoning van Aldin om voor haar te zorgen. In Staphorst kwam hij nog slechts mondjesmaat en dan vooral om zijn zoons even te zien. „Aldin zit al jaren in overlevingsstand, ze was mantelzorger voor haar familie totdat ze er vorig jaar zelf aan onderdoor ging. Nu ben ik min of meer mantelzorger, ik heb haar al een aantal keren het leven gered”, vertelt Gerard zonder trots.

„Helaas krijgt ze van de huisartsen en het ziekenhuis niet de zorg die ze zou moeten krijgen, ze wordt aan haar lot overgelaten. Haar dochter Eva kon sinds begin dit jaar niet meer naar school en zit nu ook hele dagen thuis, terwijl Aldin een zware burn-out heeft. Ik was net weer een beetje op adem gekomen en zij was terug bij af. Wéér een zelfmoordpoging”, geeft Gerard als reden voor zijn verblijf in Almelo.

Meditatie

Zelf heeft de textielkunstenaar ook geen leven zonder ongemak gehad, want in 2011 werd hij ziek. „Ik werd steeds magerder, ik kon ineens niet tegen aardappelen, tegen tomaten en wat al niet meer. Maar juist in die jaren ben ik begonnen met het stipwerk. Ik ben een meditatief iemand en kan heel diep mediteren. Zo kwam ik mezelf tegen en wist daarna ook wat ik moest doen om beter te worden.”

Hij is even stil en neemt nog een trekje van zijn sigaar. „Voor mij is er geen scheidslijn tussen leven en dood, Aldin en ik hebben allebei aan de andere kant mogen kijken. Als je daar gekeken hebt, dan weet je dat het niet draait om de dood, maar om het leven. Materialisme doet er voor mij niet toe, het draait om een relatie, om de mensen die je dierbaar zijn.”

Dingstede

Zijn liefdevolle en zorgzame karakter hielden hem vooral in Almelo, tot zijn schrik was hij echter ineens niet meer welkom in zijn gehuurde boerderijtje aan de Oeverlandenweg. Daar zat ook zijn atelier Dingstede, nu moet hij zijn creativiteit in de achtertuin in Almelo uiten, al vindt de buurman al dat geluid maar niets. „Ik ben weer wat aan het werk gegaan, je moet toch wat doen. Geld verdien ik nu niet, ik heb gelukkig nog wel een auto en Aldin krijgt een uitkering. Het liefst ga ik met haar, met Eva en met Rob naar de Kop van Overijssel. Dat mag Staphorst zijn, maar Drenthe is ook goed, zolang ik maar in de buurt van mijn zoons kan zijn. Die wonen in Meppel. Ik heb al wel rondgekeken en gespeurd, maar makkelijk is het niet. Ik wil het liefst een plek in de natuur, waar ik in alle rust kan wonen en werken. Ik wil ook graag natuurlijke materialen gaan gebruiken voor textielkleuring, maar nu ben ik bezig met Indiase blokdrukkunst, dat is echt prachtig.”

Op de vraag hoelang Gerard het huidige leven kan volhouden, antwoordt hij resoluut: „Vorig jaar ben ik er bijna aan onderdoor gegaan, maar nu kan ik het heel lang volhouden. Ik ga niet zonder Aldin weg uit Almelo, het gaat om een mensenleven.”