Johan en Yfke de Dood: blij met deze machine waarmee ze op lastig begaanbare plekken konden komen.

Twee maanden na de brand zijn Johan en Yfke de Dood druk bezig een nieuwe rietmaaimachine samen te stellen: ‘de impact van de brand is nog steeds groot’

Johan en Yfke de Dood: blij met deze machine waarmee ze op lastig begaanbare plekken konden komen. foto: Steenwijker Courant

Nederland - Ze zaten volop in de rietoogst op 1 maart, toen het onheil toesloeg. Een brand verwoestte de rietmaaimachine van rietsnijders Johan en Yfke de Dood uit het dorpje Nederland. Er deden zich geen ernstige persoonlijke ongelukken voor, maar van het ene moment op het andere zaten ze zonder machine om het riet van het land te halen. Nu, twee maanden later, is dat dankzij hulp van diverse kanten toch gelukt. Maar de impact van de brand is nog altijd groot.

Ze gingen door en door, op de automatische piloot, tot het laatste riet weg was en de datum van 15 april was gehaald: de laatste dag dat er geoogst mocht worden. Vanaf dat moment is het rietland het domein van de broedende vogels en heerst er rust in het rietland. „En toen was ik ineens ook helemaal op”, vertelt Johan. De dag erna was zijn vrouw Yfke jarig, en zat hij er nog net niet bij als een zombie. „Het is net of alles dan pas met volle kracht binnenkomt. De paniek, het besef dat er niets van de machine over is (behalve het chassis). Al het glas van de cabine was gesmolten. Het was zo’n intense hitte... Ik wilde per se de verreiker, die ernaast stond, redden, maar realiseerde me op dat moment niet dat ik mezelf ook in gevaar bracht”. Hij had rook ingeademd en moest eigenlijk even rustig aan doen. Maar dat was lastig, juist op het moment dat er veel geregeld moest worden.

Veel reacties

De brand had ook enorme impact op Yfke en hun zoontje Joey (3). Het jongetje kreeg alles mee, heeft ook de vlammen gezien. ‘We merken aan zijn gedrag dat het hem ook nog wel bezighoudt’, zegt Yfke.

Op een avond belden de dames van I love steenwijkerland, zij wilden op hun pagina een oproep doen voor hulp en een crowdfunding…

„We kregen enorm veel reacties, ook van media. Zelfs bij SBS6 zijn we geweest, op tv, met een filmpje van de brand dat Johan zelf gemaakt heeft”.

Aan het minder leuke commentaar dat het gezin kreeg naar aanleiding van de brand willen ze zo min mogelijk meer denken. „Wat een nare reacties kunnen mensen geven op social media… er is geen oorzaak gevonden, er viel ons niets te verwijten, maar toch waren er mensen die de suggestie wekten dat ik de boel zelf had aangestoken…”

Maaien met beleid

Liever focussen ze op de positieve reacties (‘ook van mensen die we helemaal niet kennen!’) en de hulp die ze wél hebben gekregen. „Wat wij belangrijk vonden was om niet domweg alles zo snel mogelijk er af te halen, maar te maaien met beleid, zoals we dat gewend zijn. We zijn namelijk ook vooral natuurbeheerders. Dus niet in de haast onherstelbare schade aan de bodemstructuur aanbrengen”.

Mechanisatiebedrijf John Rotink bood ze een machine aan om uit te proberen. En dat beviel goed. Met name geschikt voor plekken waar je met een grotere machine niet kunt komen. Een grote machine is zomaar 3800 kilo, het leenapparaat ongeveer 2200 kg. Na bijna drie weken helemaal uit de running te zijn geweest, gingen ze met deze machine aan de slag.

Met de grotere machine van A. de Jonge uit Sint Jansklooster konden vervolgens meters gemaakt worden: in drie dagen tijd konden grote oppervlaktes van riet worden ontdaan. Een deel van het riet is blijven staan, voor de moerasvogels als de roerdomp, bruine kiekendief en de grote karekiet.

‘Het oog wil ook wat’

Johan en Yfke zijn zeer tevreden over het eindproduct: een goede opbrengst en een kwalitatief mooi product. En dat is maar goed ook, want de vraag naar riet is gigantisch: „We kunnen er niet tegen werken, zoveel vraag is er. En het Chinese riet, waar we in het verleden mee moesten concurreren, is duurder geworden vanwege de toegenomen transportkosten”.

Vader J.P. de Dood is vooral druk met het verwerken van het riet. En dan komt het aan op vakmanschap. ‘Een stukje handwerk’. „Het oog wil ook wat: het riet netjes rechtdraaien, netjes in de band voordat het naar de rietdekker gaat. Droog van het land, droog opgeslagen en droog bij de rietdekker, zonder takjes in het riet”.

Het maaiseizoen loopt van december tot april. In februari/maart wordt begonnen met het verwerken van het riet dat als eerste gemaaid is en voldoende tijd heeft gehad om te drogen. (‘Anders krimpt het riet op het dak, dat wil je niet’.)

Nieuwe machine

Waar Johan nu tussen de bedrijven door druk mee is, is het opbouwen van een nieuwe machine. Het oude chassis kan hij gebruiken en verder is het een sport om her en der in Noord-Nederland onderdelen op de kop te tikken die hij kan gebruiken. Hij is zelf heel handig, zodat hij geen dure kant-en-klare machine hoeft te kopen, maar een machine op maat kan maken, met behulp van een mechanisatiebedrijf: voor hem het perfecte rupsvoertuig, nog beter (compacter en efficiënter) dan de vorige die in de brand verloren ging.

„Wat we hadden was fantastisch, maar deze wordt nog beter. De kunst is om een machine neer te zetten die je zelf door en door kent, zodat je een storing ook zelf kunt verhelpen”. Een nieuw exemplaar kost zomaar een ton of meer, maar dit is veel mooier: en bovendien levert het gezellige dagjes uit op met zijn drieën. Want ze gaan altijd met het gezinnetje op pad. „Joey hoort er ook bij. Hij helpt ook altijd mee op zijn manier. Door hem erbij te betrekken helpen we hem ook bij het verwerken. De brand en alles erom heen heeft enorme indruk op hem gemaakt”.

Er moet even een jaar overheen, dan voelt alles weer min of meer normaal, verwacht Johan. Maar hij blijft alert bij de minste of geringste brandlucht. „Het belangrijkste is dat we er zelf goed uit zijn gekomen, en dat je merkt dat mensen het goed met je voor hebben, en die hulp komt soms uit hoeken waar je het niet verwacht. We gaan met frisse moed het nieuwe seizoen in”.