Vrijwilligers turen naar de zeldzame kolibrievlinder, die zich ineens laat zien in de Zuidwoldiger vlindertuin.

Vlindertuin in Zuidwolde floreert, maar zorgen om aantal vlinders neemt toe

Vrijwilligers turen naar de zeldzame kolibrievlinder, die zich ineens laat zien in de Zuidwoldiger vlindertuin. Foto: Artizzl Media / Peter Nefkens

De vlindertuin in Zuidwolde ligt er weer prachtig bij, de vele wilde planten staan volop in de bloei en dat trekt tal van insecten.

Ondanks de goede zorgen voor de tuin door de vrijwilligers, nemen de zorgen over het aantal en de verschillende soorten vlinders toe. „Vergeleken met twintig jaar geleden zijn we 90 procent van de vlinders kwijt”, slaat Joop Verburg alarm.

En toch is er op deze zonnige ochtend een moment van opwinding onder de vrijwilligers, die eenmaal per maand het onderhoud voor hun rekening nemen. Er wordt een kolibrievlinder gespot. „Dat is heel bijzonder, die heb ik in jaren niet meer gezien hier”, merkt Verburg verrukt op. Deze kolibrievlinder, genoemd naar het kleine vogeltje dat zo mooi in de lucht kan zweven, lijkt de tuin te inspecteren en vliegt snel van bloem tot bloem, voordat die uit het gezichtsveld van de acht harde werkers verdwijnt.

Berg aan nieuwe kennis

Het zijn van die momenten die de dag van de Zuidwoldiger natuurkenner bij uitstek helemaal kunnen maken. Wie met Verburg een natuurwandeling maakt, doet een berg aan nieuwe kennis op van de natuur. Zo ook in de vlindertuin, waar de Zuidwoldiger tussen de werkzaamheden door graag tijd maakt om belangstellenden deelgenoot van zijn kennis te maken. „Er staan hier allerlei wilde planten en het lijkt misschien een beetje rommelig, maar dat is alleen maar mooi voor de insecten die hier leven, die moet je bedienen”, vindt Verburg.

Hij wijst naar planten die een rijke voedselbron vormen voor vlinders, ziet de Lapse behangersbij, die nectar uit het wilgenroosje haalt en is blij met de oranjetipjes die er zijn. Tussendoor zet hij de heggenschaar in enkele planten. „Snoeien doet bloeien”, kent hij het gezegde als geen ander. „Je bereikt er ook spreiding van de bloei mee, wat ik nu afknip, bloeit later.”

En zo zijn de taken onder de vrijwilligers keurig verdeeld, want niet iedereen weet exact wat wel en wat niet gesnoeid mag worden. De randen langs de paden worden zoveel mogelijk vrijgemaakt, zodat het toenemende aantal bezoekers - uit de wijde regio - er makkelijk de weg vindt.

Gewoon eetbaar

Verburg vertelt over hordes slakken, die hier en daar de nodige planten weg eten, over de ereprijs en de wilde aardbeitjes, die straks gewoon eetbaar zijn. De natuurman heeft inmiddels meer dan zestig soorten bijen gefotografeerd in de tuin en wordt nog regelmatig verrast. Hij noteert al jaren in zijn agenda wat hij zoal voor vlinders tegenkomt, die oude agenda’s zorgen voor perfect vergelijkingsmateriaal. „Ik telde er destijds 200 tot 250, nu ben ik met vijftien al blij.” Hij is daarom blij dat de bermen langs het populaire vlinderommetje op een ecologische manier wordt gemaaid en dat de gemeente ook steeds meer inziet dat bermen ook van groot belang zijn voor de insecten. Joop Verburg hoopt anderen te inspireren. „Iedereen kan zijn tuin vullen met wilde planten, ik hoop dat meer mensen er gevoel bij krijgen.”

De vlindertuin is aangelegd op vier volkstuinen die niet meer in trek waren. „Deze tuin ligt iets hoger, zodat de grond droger is en bovendien staat er een eik die veel schaduw geeft. Maar kijk, er groeit en bloeit daar van alles, zoals zwartmoeskervel en kamperfoelie.” Verburg tovert een brede glimlach op zijn gezicht.