Twee Andreaskerken in Steenwijkerwold, twee Clemenskerken in Steenwijk en twee Stephanuskerken in Hasselt. Hoe zit dat met die dubbeling van de godshuizen?

De katholieke Andreaskerk in Steenwijkerwold viert volgend jaar zijn 110de verjaardag. Het zou een feestje met een bijsmaak kunnen zijn. De ‘echte’ Andreaskerk uit 1400 die op een steenworp afstand staat, is namelijk ‘ingepikt’ door de protestanten. Van bitterheid is na 429 jaar geen sprake meer. „We hoeven onze kerk niet terug.”

Deze Andreaskerk uit 1400 in Steenwijkerwold is de 'echte' Andreaskerk.

Deze Andreaskerk uit 1400 in Steenwijkerwold is de 'echte' Andreaskerk. Foto: Martijn Bijzitter

Er zijn dus twee godshuizen met dezelfde naam in het dorp, vernoemd naar Andreas, de apostel van Jezus, gekruisigd aan -jawel- het Andreaskruis, zo gaat het verhaal. Overigens zijn niet alleen hier bedehuizen met dezelfde naam, maar ook in Steenwijk is dat zo, waar twee Clemenskerken zijn. Ze dragen de naam van de derde paus na Petrus. Met die heilige Clemens liep het slecht af. In Hasselt zijn twee godshuizen die de naam dragen van Stephanus, de eerste martelaar die terwijl hij gestenigd werd, Jezus aan de rechterhand van God zag zitten. Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Overal staan kerken met dezelfde naam. Hoe zit dat?

Eerste protestantse eredienst in de kerk in 1592

De bijna jarige Andreaskerk aan Gelderingen in Steenwijkerwold werd in 1912 gebouwd door architect Wolter te Riele als vervanging van de in 1830 op die plek gebouwde kerk. Die andere Andreaskerk, de dorpskerk in Steenwijkerwold, is feitelijk de echte Andreaskerk. Dit rijksmonument kwam omstreeks 1400 gereed. In 1592 werd in deze kerk de eerste protestantse eredienst gehouden.

En hier vinden we meteen het antwoord op de vraag, waarom er twee bedehuizen zijn met dezelfde naam op een steenworp afstand van elkaar? Het antwoord is de reformatie. De protestantse leer won het van de roomse. Protestanten namen de Andreaskerk in 1592 over. Alle paapse opsmuk werd weggereformeerd en sindsdien in het bedehuis protestants, nu deel uitmakend van de Protestantse Kerk in Nederland. Diefstal is overigens een groot woord, want veel katholieken namen de nieuwe leer aan en bleven in hun - nu protestantse kerk - de erediensten volgen.

Slotgracht

Dat ging in deze regio vrij geruisloos. Katholieken werden daarna gedoogd, zeker in Steenwijkerwold, waar veel ‘Roomsen’ naartoe vluchtten toen de Spanjaarden in 1592 uit Steenwijk werden gejaagd door prins Maurits. Men vond onderdak in slot Croeve. Delen van de slotgracht zijn achter de kerk nog zichtbaar. Na het uitsterven van de familie Croeve, is in 1830 op de plaats van de hoeve een kerkje gebouwd dat in 1912 plaatsmaakte voor het huidige godshuis.

Katholieken werden eeuwenlang achtergesteld. Ze moesten vooral in het begin heimelijk kerken. Pas in 1853, na de grondwetswijziging van 1848, werd het tweederangs katholieke geloof, officieel weer een volwaardige religie, ook politiek, met een grote partij, de KVP, die later opging in het CDA. Er was in ons land dus eeuwenlang geen godsdienstvrijheid.

Twee Clemenskerken

In Steenwijk zijn twee Clemenskerken. De katholieke Clemenskerk verrees in 1883 aan de Molenstraat. Het is een mooie kerk, met een fraai interieur, maar hij haalt het niet bij de ‘echte’ Clemenskerk, de monumentale gigant die even verderop staat. Deze Clemenskerk met de 86 meter hoge toren is het oudste gebouw van Steenwijk. In 1409 werd het koor gebouwd, het oudste deel van het godshuis. In 1592 werd de kerk ingericht voor de protestantse eredienst. Alle roomse fratsen verdwenen, al kun je er nu wel weer een kaarsje branden. Nog altijd is de trots van Steenwijk protestant.

Volgens pastoor Ton Huitink van de parochie Heilige Christoffel in Steenwijkerland is er geen sprake van bitterheid omdat de oude kerken ooit gejat zijn en daarna kaal gemaakt. „Dat leeft helemaal niet meer.” Hij wijst er fijntjes op dat alle kerken feitelijk katholieke kerken zijn, want ‘katholiek’ betekent niks anders dan universeel. „Er is helemaal geen sprake van kinnesinne. Sterker nog: we werken in de oecumene heel goed samen. Het is wel mooi dat de kerken al die eeuwen de naam van hun patroonheilige hebben gehouden en nog altijd bakens zijn in de regio.”