Zuidwest-Drenthe als proeftuin voor gezonde toekomst voor de landbouw. 'De bodem is de basis'

De landbouwsector in Nederland staat al jaren onder druk, waarbij boeren zich in toenemende mate de kop-van-jut voelen. Als het aan de Gebiedscoöperatie Zuidwest-Drenthe ligt, wordt juist vanuit deze regio de toekomst van de landbouw in Nederland veilig gesteld. Sleutelwoorden: natuur-inclusieve én regeneratieve landbouw.

Een natuurinclusieve landbouw houdt rekening met alle belangen.

Een natuurinclusieve landbouw houdt rekening met alle belangen. Foto: GCZWD

De gebiedscoöperatie heeft twee projecten op poten gezet, waarbij boeren in de gebieden Ruinerwold-Koekange en Nijeveen-Kolderveen vrijwillig meedoen aan onderzoeken, terwijl net over de provinciegrens in de gemeente Hardenberg eveneens belangstelling bestaat. De animo was veel groter dan verwacht, want meer dan veertig agrariërs hebben zich gemeld.

Coördinator Jan van Goor van de Gebiedscoöperatie wijst op een onderzoek dat boerin Marie-José Hooch Antink uit Koekange twee jaar geleden afsloot. „Daarin werd de boeren gevraagd wat ze willen en zijn speerpunten vastgelegd. Ondernemerschap, bodem, water, biodiversiteit en educatie werden genoemd. We hebben een actieplan voor natuurinclusieve landbouw ingeleverd bij de provincie Drenthe voor een financiële bijdrage uit de Regiodeal, die ook is gehonoreerd.”

Volledig gezonde bodem

Het andere project is dat van de regeneratieve landbouw. Hiervoor kwam een stevige bijdrage van het Fonds Coöperatief Dividend van de Rabobank Het Drentse Land. Als iemand weet wat dat inhoudt, dan is dat Ajaan Hijmans uit Zuidwolde wel. Hij denkt zelfs dat die vorm van landbouw een deel van de oplossing is voor de problemen in Nederland. De bodem staat centraal. „Je moet de ecologie sturend maken, we moeten af van het direct voeden van planten met kunstmest. We moeten toe naar het herstellen van een volledig functionele bodem die de planten voedt.” Dat betekent volgens Hijmans onder andere dat minder geploegd moet worden, maar juist direct ingezaaid in de gewasresten en -stoppels.

„Andere onderdelen van de oplossing zijn onze hoogstaande kennis op het gebied van (agro)technologie en data, voedselinnovaties, aandacht voor het lokale, de natuur en het landschap en haar relatie met de stad. Het samenbrengen van technologische-, landbouwkundige- en ecologische kennis zijn de ingrediënten voor kansrijke innovaties en daarmee het recept voor de toekomst van gezonde duurzame familiebedrijven en voedselproducenten”, aldus Hijmans

Uitgekiende vruchtwisseling

„Ik heb met mijn bedrijf Kairos een direct-zaaimachine gekocht en heb op eigen grond experimenteerruimte gecreëerd. Daar doe ik ervaring op. Van belang is dat de bodem zo lang mogelijk bedekt blijft, bijvoorbeeld met een groenbemester, dat meer biodiversiteit ontstaat door een uitgekiende vruchtwisseling en door gebruik van groenbemesters en het zo weinig mogelijk bewerken van de bodem.”

Volgens Hijmans moeten de regeneratieve landbouwmethoden en de techniek van direct zaaien nog verder ontwikkeld worden voor de Nederlandse omstandigheden en dat is precies wat dit project beoogt. Het loopt tot najaar 2023 bij zes agrarische bedrijven: drie in Hardenberg en drie in De Wolden. „Om zo gezamenlijk en met vallen en opstaan ervaring op te doen met een nieuwe manier van werken. Want boeren leren het beste van boeren.”

Raakvlakken met elkaar

De regeneratieve landbouw heeft volgens directeur Jacob Heitman van de Gebiedscoöperatie Zuidwest-Drenthe raakvlakken met dat van de natuurinclusieve landbouw, dat valt onder de Regiodeal in Noord-Nederland. Hoofddoelstelling is om de kringlooplandbouw te combineren met het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit en de landschapskwaliteit. Voor Heitman is duidelijk dat alle betrokkenen met elkaar aan de slag moeten: boeren, natuurorganisaties, terreinbeheerders, de overheid en het waterschap.

Volgens landschapsarchitect Eveline de Kock, die voor natuurinclusieve landbouw als projectleider actief is bij de coöperatie, staat het gebied centraal. „De oplossing ligt in de relatie tussen agrarische bedrijven en de natuurgebieden en hoe we als gebiedspartners samen werken aan een duurzaam landschap, dat ook kan rekenen op meer waardering van de samenleving.”

Natuurorganisaties kijken nu ook naar de boeren, andersom zetten boeren de blik ook open”, is haar waarneming. „Wij brengen ze graag bij elkaar en proberen de komende periode passende maatregelen te bedenken. Alles bij elkaar kan het wel twintig jaar duren, we zitten nu in een tijd om te leren.”

Stip op de horizon

Directeur Jacob Heitman stelt vast dat boeren zich in het nauw voelen gedreven en dat vanuit politiek Den Haag de stip op de horizon mist. „Wij zijn nu zelf van onderop bezig en willen overheden straks resultaten, alternatieven aanbieden, hoe de agrariër duurzaam kan blijven boeren. Van belang is wel dat in de discussie van de wet- en regelgeving er knopen worden doorgehakt.” Hijmans is ook van mening dat vooral niet gewacht moet worden op wat er vanuit Den Haag op je afkomt. De Zuidwoldiger is lid van een landelijke werkgroep voedseldiversiteit en kan zo ook richting het Haagse wat betekenen.

Hijmans denkt dat landbouw de oplossing biedt. „We lopen tegen de grenzen aan van wat deze planeet aankan, maar de korte termijnagenda van de politiek is dramatisch.” De man van Kairos vindt dat het nu zo is dat de landbouw in een curatief systeem zit, net als de gezondheidszorg. „Dat kan anders. De boer moet kijken wat er in zijn bodem gebeurt, daar begint het.” Heitman knikt: „Ja, de bodem is de basis.”