Zwartsluis vanuit de lucht.

Zwartsluis sluit zich aan bij herdenking van rampjaar 1672

Zwartsluis vanuit de lucht. Foto: Archief Wilbert Bijzitter

Het rampjaar 1672 roept bij de meesten van ons herinneringen op aan geschiedenislessen over de aanval op ons land door de Franse zonnekoning Lodewijk XIV, de Engelse vloot en twee Duitse vorsten. Stadhouder Willem III, de oorlogsvloot onder Michiel Adriaensz de Ruyter en de waterlinie moesten het land uit handen van de Franse koning houden. Volgend jaar is het 350 jaar geleden dat het zelfstandig bestaan van de Republiek op het spel stond. Inmiddels hebben zich meer dan 25 vestingsteden aangesloten bij het Platform Rampjaarherdenking. Onlangs sloot ook Zwartewaterland zich aan.

Op zee en op het land verloor de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden steeds meer terrein. De bevolking raakte in paniek, er ontstond een vluchtelingenstroom en de gebroeders De Witt werden vermoord. De toestand leek hopeloos.

In april 1672 verklaarde Lodewijk de Republiek de oorlog. Hij trok om de Zuidelijke Nederlanden heen, die nog steeds in Spaanse handen waren. Via het grondgebied van Keulen rukte hij op langs de Rijn en in juni stak hij vervolgens die rivier over. De Franse opmars was snel: Overijssel, Gelderland en Utrecht werden volledig bezet. De Fransen konden op het nippertje worden tegengehouden door land bij de grenzen van het gewest Holland onder water te zetten.

Duitse vorsten zijn bondgenoot van de Franse koning

In de zomer van het rampjaar 1672 vielen Bernhard von Galen, prins-bisschop van Münster, en Maximiliaan Hendrik van Beieren, bisschop van Keulen, als bondgenoot van Lodewijk XIV van Frankrijk de Republiek aan. De bisschoppen van Keulen en Münster werden door de Franse minister van oorlog, Markies van Louvois, als huurlingen beschouwd, maar hij liet hen de vrije hand bij het plunderen.

Op 1 juni bezetten de troepen van Bernard van Galen en Maximiliaan Hendrik, ruim 30.000 man, Lingen en vielen bij Overdinkel Twente binnen. Ze veroverden Enschede, belegerden en veroverden achtereenvolgens Grol (10 juni) en Bredevoort (18 juni), daarna volgden Lochem, Hattem, Elburg, Harderwijk en Deventer op 21 juni.

Duitsers overlopen in de zomer van 1672 de steden in de regio

Zwolle bezette hij op 22 juni. Als volgende gaven Kampen, Hasselt, Rouveen, De Lichtmis, Zwartsluis en Staphorst zich over. Genemuiden, Vollenhove en Meppel werden door de inwoners verlaten. De vesting Steenwijk, Blokzijl en de schans bij Kuinre gingen 26 juni verloren.

In een jaar tijd werd de situatie echter omgedraaid. Het volk kwam bij zinnen, de regering voerde onder stadhouder Willem III een verstandig beleid en de Republiek werd gered. Kortom: 1672 was een waterscheiding in onze geschiedenis, met belangrijke en tot de dag van vandaag niet te missen lessen voor jong en oud. Over vrijheid en wat die kost en brengt. Vrijheid die bevochten werd mét het water en óp het water.

Steden sluiten zich aan bij het Platform Rampjaarherdenking

Naast enkele provinciehoofdsteden zoals Middelburg en Zwolle zijn ook Coevorden, Naarden, Muiden, Culemborg en Dordrecht lid geworden van het Platform Rampjaarherdenking. Daarnaast hebben zich een reeks kleine vestingsteden aangesloten, zoals Sluis in Zeeuws-Vlaanderen, Buren in Gelderland, Zwartsluis en Delfzijl in Groningen.

Inmiddels zijn er enkele honderden plannen voor het jubileumjaar 2022 in een bidbook samengebracht. Ook zijn tien scholen afgelopen maand gestart met een pilot van het project Rampjaar voor kids . Zij nemen deel aan een proef met het educatieproject dat volgend jaar in heel Nederland gaat draaien in het kader van de Nationale Rampjaarherdenking.

Ook verschijnen er boeken, een stripboek en komt er een grote tentoonstelling 350 jaar Groningens Ontzet 1672-2022 in het Groninger Museum.