eDNA | Column Natuur om de hoek

Een model van een deel van het DNA-molecuul. Foto: Paul Mentink

In het voorjaar van 2018 ging één van mijn columns over DNA. Mogelijk dat u die column heeft gelezen. Ik neem aan dat u wel weet waar de letters DNA voor staan. In de cellen van alle levende planten en dieren bevindt zich DNA, die de erfelijke eigenschappen bevatten. Het zorgt ervoor dat een paardenbloem geen rode maar gele bloemen heeft en een roodborst geen gele maar een rode borst.

In de titel boven deze bijdrage staat echter eDNA. Waar slaat die eerste letter dan op? De eerste letter in eDNA staat voor environmental, er is helaas geen Nederlandse naam voor dit begrip. Degene die het Engels beheersen kunnen misschien bedenken dat het iets met omgeving en/of milieu te maken heeft. Die aanname is correct, het betreft DNA dat door levende organismen in het water en in de grond op een of andere manier is achtergelaten.

Misschien even eerst een voorbeeld die voor veel mensen beter te begrijpen is. In detectives op tv komt het regelmatig voor dat op het slachtoffer van een misdrijf een haar van de verdachte is achtergelaten. Door het DNA uit die haar te analyseren, kan de politie achter de identiteit van de dader komen. Met eDNA is het in feite niet anders, maar dan betreft het natuurlijk niet de dader van een moord.

Locatie bepalen

Met eDNA kan men bepalen of een bepaald organisme ergens voorkomt. Bijvoorbeeld een onderzoeker wil weten of de grote modderkruiper in een vijver of beek voorkomt. Hij neemt op verschillende plekken een watermonster. Met zeer geavanceerde en gevoelige apparatuur kan hij vervolgens het DNA uit de achtergebleven celresten in het water extraheren. Aan de hand van de gevonden DNA-patronen kan hij dan exact bepalen of de grote modderkruiper in dat water aanwezig is.

Deze methode heeft een zeer groot voordeel, de onderzoeker hoeft niet met allerlei netten of andere verstorende apparatuur het water in om de grote modderkruiper te vangen. Daarbij bestaat ook nog eens de kans dat hij de vis kan missen. Met eDNA hoeft hij slechts enkele watermonsters te nemen en in het laboratorium kan hij in alle rust bepalen of de grote modderkruiper daar rondzwemt. De trefkans met deze methode voor deze vis (en voor veel andere vissen of amfibieën) ligt niet zelden tussen de 75 en 98 procent. En dat zonder verstoring van het leefmilieu van het te onderzoeken organisme. Tevens is het relatief goedkoper, ondanks de laboratoriumkosten. Toch is er een nadeel, het is moeilijk te bepalen hoeveel organismen er in het gebied voorkomen.

Onderzoek met behulp van eDNA kan bijvoorbeeld ook met grondmonsters, braakballen van uilen en uitwerpselen van roofdieren. Met het aanwezige eDNA in de braakbal of keutel kan een onderzoeker bepalen welke dieren er zijn opgegeten.

paul@paulmentink.nl

Nieuws

menu