Ardi Knol (25) uit de Wijk geeft zijn baan op om aan de slag te gaan als zwemtrainer in Denemarken

Ardi Knol (25) vertrekt deze week naar Denemarken, om daar trainer bij zwemclub Haderslev (spreek je uit als Hadersleeve) te worden. Hij heeft getekend voor één jaar, maar er is een mondeling akkoord voor drie jaar.

Ardi Knol wordt zwemcoach in Denemarken.

Ardi Knol wordt zwemcoach in Denemarken. Foto: Wilbert Bijzitter

Al op jonge leeftijd was duidelijk dat Ardi vooral van de individuele sporten hield. Na een tijdje te hebben gevoetbald, koos hij al snel voor zwemmen. „Ik ben begonnen met zwemmen in Meppel. Toen bleek dat ik wedstrijdjes kon winnen werd het meteen al leuker natuurlijk. Ik ben daarna naar Hoogeveen gegaan, want daar kon ik meer trainen.” De schoolslag was de beste discipline van Ardi. „Ik bleek er aanleg voor te hebben en ik heb het daarna nooit meer losgelaten.”

Door steeds te blijven verbeteren kwam de top van zwemmend Nederland in zicht. Hij kwam tekort om te kunnen winnen, maar veel zat hij er niet vandaan. „Zwemmen tegen de Ranomi Kromowidjojo’s en alle andere toppers. Dat is wat ik wilde doen en ja, dat deed ik ook”, lacht hij.

Trainerscarrière

Na zelf te hebben gezwommen was hij nog niet klaar met de sport. „Ik vond zwemmen gewoon te leuk en ik kon het niet loslaten.” Vooral de trainingsprincipes achter het zwemmen intrigeerden hem heel erg. Ardi bezit over een trainersdiploma KNZB niveau 3+4, waarmee je bij alle topclubs aan de slag kan. Niveau 4 is het hoogst haalbare niveau voor een trainersdiploma „Niveau 4 is voor weinigen weggelegd, kan ik nu wel zeggen. Ik denk dat tien procent van de mensen het haalt, maar hier leer je dan ook echt alles.”

Als zwemmer heb je een bepaalde discipline waar je goed in bent, maar bij het trainerschap is dat niet de bedoeling volgens Ardi. „Ik ben liever niet ergens beter in, want dat betekent ook dat ik ergens slechter in ben.” Op dit moment doet hij bij Amersfoort bijna alles zelf, maar als hij straks in Denemarken is dan zijn daar al krachttrainers en fysiotherapeuten die hem helpen. „Ik hoef dan niet alles meer tot in de puntjes te regelen, ik stuur het alleen aan, dus dat is wel fijn. Ik heb dan nu meer tijd en aandacht om mij druk te maken met wat zwemmers in het water doen.”

Waarom naar Haderslev?

De belangrijkste reden van Ardi om naar Denemarken te trekken is met name de doorgroeimogelijkheden die daar aanwezig zijn. In Denemarken begint hij bij een kleinere club en hij kan zich via andere clubs nog omhoog werken. „In Nederland was ik al bovenaan als het ware.” Naast de doorgroeimogelijkheid zijn er nog twee andere redenen. „In Haderslev is het mijn baan en ben ik de hoofdtrainer. In Nederland ga ik die kans niet snel krijgen en ik heb ook niet het geduld om op die kans te wachten.”

Ardi werkte zonder er van te kunnen leven bij een van de beste zwemclubs in Nederland. Bij Haderslev gaat hij er van kunnen leven, maar hij gaat qua niveau een paar stappen achteruit. „Amersfoort is eredivisie en Haderslev is hoofdklasse, om maar te spreken in voetbaltermen.” Maar in Denemarken krijgt hij, omdat het een kleinere club is, de kans om wat neer te zetten. „Bij Amersfoort is alles al. Dat is heel mooi want je traint met de beste zwemmers, alleen ik kan mezelf minder ontwikkelen.”

Het hoofdtrainerschap

Zijn werk bij Amersfoort was vrijwillig, dus Ardi moest er nog een andere baan bij hebben. „Ik werkte 34 uur als beleidsmedewerker bij een gezondheidsorganisatie en dan kwam het zwemmen er nog bij, dus ja, dat kon gewoon niet allemaal samen. Het voelde voor mij alsof ik de zwemmers tekortdeed, omdat ik zo druk was met alles.” De persoon die nu hoofdtrainer is bij Amersfoort krijgt wel betaald, maar in Nederland werkt het zo dat je, naast de bond, bijna niet betaald kan krijgen als zwemtrainer. „En de hoofdtrainer van Amersfoort ging ook niet weg en dat snap ik heel goed, maar ik kon niet meer wachten”, lacht hij.

Bij Haderslev gaat Ardi de hoofdtrainer worden, dit betekent dat hij verantwoordelijk wordt voor de hele club. In Amersfoort had hij zestien zwemmers onder zijn hoede, een groot verschil met straks dus. Het brengt de nodige onzekerheden met zich mee en de gok is daarom best groot. Ardi lacht hard: „Ja duh. Het is absoluut een gok, maar ik ben nu nog jong. Als het niet lukt en ik kom jankend terug na drie maanden, dan heb ik het tenminste geprobeerd.” Ardi had zelf gesolliciteerd bij Haderslev en dat was een weloverwogen keuze. Rond Pasen was de eerste online ontmoeting met het bestuur van Haderslev en het bestuur wilde al snel nog een keer praten. Toen stelde de club nog twee vragen en waren ze overtuigd: Ardi moest het worden. „Toen dacht ik shit. dit gaat echt gebeuren.”

Een ander leven

Deze week is het dan zover, het grote avontuur gaat beginnen. „Misschien kom ik nooit meer terug in Nederland en dat maakt het wel heel apart.” Volgens Ardi is die kans zeker aanwezig. Het leven gaat daar ook compleet anders zijn. „Ik sta daar vier dagen in de week om vijf uur op en dan geef ik van zes tot acht training. Dan ben ik vrij tot een uurtje of drie om dan training te geven tot zeven uur en dat zijn dan de dagen. Daarnaast ben ik nog twee of drie dagen in het talentencentrum. Ik zou het een Papendal in het klein willen noemen. Daar zitten dan ook meerdere sporten en samen met andere coaches kan ik sparren over ideeën en je kunt daar meerdere testen laten uitvoeren. Dat maakt het allemaal erg interessant, want ik kan daar zoveel van leren.” De vriendin van Ardi gaat ook mee, zij kan haar studie daar gaan afmaken. „Dat ik wegga was een grote schok voor iedereen en ook voor mijn vriendin, maar het is gewoon zonde om deze kans niet te pakken. Gelukkig gaat ze mee en dat vind ik superfijn.”

Stel de hoofdtrainer bij Amersfoort gaat over twee jaar weg en ze bellen op of jij het wil gaan doen, wat zeg je dan? Hij moet lachen. „Ja, ze kunnen altijd bellen, maar ik zal niet ja zeggen denk ik.”