Cor Slagter uit Wanneperveen gaat voor de 75ste keer naar de TT in Assen: 'Dat waren nog eens tijden'

Cor Slagter staat al in de spreekwoordelijke startblokken voor zijn 75ste bezoek aan de TT. Foto: Benny Spin

Als Cor Slagter (bijna 85) begint te praten over de TT in Assen: ga er dan maar even voor zitten. Het jaarlijkse motorsportevenement zit tot diep in z’n genen geworteld. En de motorolie stroomt als het ware door z’n aderen. Vol passie kan hij erover vertellen. Vanaf de eerste races gelijk na de oorlog in ’46 was hij bij alle races aanwezig. En bij de komende editie is dat voor de 75ste keer.

De schuur in zijn vorige huis aan de De Vos van Steenwijkstraat in de Wijk hing vol foto’s, vaantjes, vlaggen, krantenknipsels, petjes en ander verzameld materiaal over de Dutch TT. Hier woonden Cor en zijn vrouw Jenny 23 jaar met veel plezier. Sinds 2017 wonen ze naast hun dochter Corina en schoonzoon aan de Veneweg in Wanneperveen. En ook daar is de zolder wederom ingericht als een soort museum.

Noodlot

Daar hangen ook de oorkondes, brevetten en dankbetuigingen van de eigen sportcarrière aan de muur. Want Slagter is een sportman in hart en nieren. En leeft ook als zodanig. Tot het noodlot vier jaar geleden plotseling toesloeg. Hij was onderweg op de fiets, van Wanneperveen naar de Wijk. Vlak bij de poort van Dickninge werd hij getroffen door een TIA en kwam hij te vallen met de fiets. Omstanders die het zagen gebeuren, belden gelijk 112. Vijf minuten later lag hij in de ambulance. ‘Onderweg bedacht ik me dat mijn Moser-racefiets daar nog lag. Ik riep: stop, mijn fiets ligt er nog! Die hebben ze ook ingeladen, en daarna in volle vaart naar het ziekenhuis.’

Slagter kan er inmiddels weer een beetje om lachen. ‘Ze hebben een ICD bij me geïmplanteerd. En heb twee omleidingen gekregen. Ik slik nu dagelijks zes pillen, terwijl ik daarvoor nooit een pilletje heb geslikt.’ Gelukkig gaat het inmiddels weer beter, en fietst hij elke week nog toertochten van 50 tot 60 kilometer. ‘Dat is toch de beste remedie.’

Marathons

Sport loopt als een rode draad door zijn leven. Zo was hij jarenlang lid van atletiekvereniging De Sprinter in Meppel. Beklom hij de Alpe d’Huez per fiets en liep hij diverse marathons. Met de marathon van Athene (3 uur en 51 minuten) liep Slagter in 1989 in totaal 12.000 gulden bij elkaar voor de couveuseafdeling van het Meppeler ziekenhuis. Ook sporten als tennis en mountainbiken kunnen nog aan het rijtje worden toegevoegd. Maar wielrennen en vooral motorsport zijn z’n grootste passies.

Verhalen over ronkende motoren en stoere coureurs kreeg hij thuis met de paplepel ingegoten. ‘Vader vertelde vaak vol enthousiasme over de TT, waar hij altijd naartoe ging. Over coureur Stanley Woods bijvoorbeeld, op zijn Norton. Ik kon dus niet wachten tot ik mee mocht.’ Slagter, geboren in 1936, groeide op in Meppel. Nadat de oorlog was afgelopen, werd in 1946 voor het eerst weer een echte TT verreden. Het gehele gezin - vader, moeder en broers - stapte in de Dabo-bus naar Assen. En later gebeurde dat met de Erdal-bestelauto van vader. ‘Als vertegenwoordiger verkocht hij schoenpoets en wrijfwas aan de winkels in Drenthe. De auto werd dan leeggemaakt. Dekens en slaapzakken erin, en hup naar Hooghalen, daar stonden we altijd in de S-bocht.’

De grote successen van Nederlandse coureurs als Wil Hartog, Jack Middelburg en Hans Spaan, en in een grijzer verleden Dick Renooy en Leen Hoppezak: Slagter was erbij en somt de wapenfeiten moeiteloos op. ‘Dat waren nog eens tijden. Vijftig cent entree voor de hele dag, en je mocht overal kijken. Ook in het rennerskwartier bij de coureurs. Dat was gelijk ook de charme. Het verrassende, en niet wetende wat er komen zou op de baan. Fantastisch gewoon! Tegenwoordig is het allemaal commercie. De kaartjes zijn vele malen duurder. Races zijn soms voorspelbaar geworden. Het rennerskwartier binnenlopen is er al helemaal niet meer bij.’ Zelf racen zat er voor Slagter niet in, hoewel hij in zijn jonge jaren hard aan het sparen was voor een motor. ‘Ik werkte vanaf m’n veertiende. Verdiende 10 gulden in de week bij de tabaksfirma Hofstra in Meppel. Rookte niet en dronk niet. Dat deed je als sportman niet, volgens vader. Zo kon ik nog een beetje overhouden en sparen.’ Maar de motor kwam er nooit. Na een gezellig avondje bioscoop ontmoette hij zijn vrouw Jenny. Ze trouwden enige tijd later, kregen samen vier kinderen. ‘En toen was het geld op. Maar spijt heb ik er nooit van gehad.’

Steun en toeverlaat

De twee dochters en twee zonen zijn eveneens sportief aangelegd. Het TT-virus heeft hij ook op hen overgedragen. Toen ze nog klein waren, werden de motorraces ook altijd met het gehele gezin bezocht. Stonden ze op de camping vlak bij de baan. Ook vrouw Jenny, met wie hij inmiddels 63 jaar is getrouwd, ging altijd mee. ‘Mijn respect voor haar is ontzettend groot. Zij zorgde ervoor dat het de sportende gezinsleden aan niets ontbrak. De was werd gedaan, het eten stond op tijd klaar. En de tassen voor de sportende gezinsleden stonden altijd klaar. Zodat ze gelijk weg konden. Jenny is nog steeds mijn grote steun en toeverlaat.’