Coronavirus sloopte DESZ-bestuurder Gerjan Spit: 'Ik ben blij dat ik er nog ben'

DESZ reist zaterdag af naar Assen, waar het Achilles 1894 treft. Even geen eerste-elftalverrichtingen op het complex in Zwartsluis, waar Gerjan Spit bijna elke dag te vinden is. Zijn takenpakket bij de tweedeklasser puilt uit, maar het plezier heeft nog altijd de overhand. Ook al heeft de coronatijd een enorme impact op hem en zijn gezin gehad. Een monoloog.

Gerjan Spit: 'DESZ moet blijven draaien, ook als ik onverhoopt weg zou vallen.'

Gerjan Spit: 'DESZ moet blijven draaien, ook als ik onverhoopt weg zou vallen.' Foto: Daan Prest

„Het was 13 maart 2020. Mijn moeder vierde haar verjaardag. Het was gezellig en er leek niets aan de hand. Totdat ik in één keer hevig begon te zweten. Ik wist niet wat mij overkwam. Binnen een paar uur lag ik thuis uitgeteld op de bank. Toen ik mijn ogen weer opendeed, stonden er mensen in witte pakken in de woonkamer. Ik was besmet met corona, iets wat eigenlijk een ver-van-mijn-bed-show was. Ik viel steeds weg, moest aan de zuurstof. De dagen die daarop volgden waren een hel, ook voor mijn vrouw en twee kinderen. Het moet voor hen vreselijk zijn geweest om mij daar zo te zien liggen. Ik kan er niet veel meer over navertellen. Stukjes van die film ontbreken simpelweg in mijn geheugen. Achteraf gezien had ik naar het ziekenhuis gemoeten, maar ik neem niemand iets kwalijk. Later heb ik filmpjes van mijn toenmalige toestand gezien. Ik vond dat erg confronterend. Ik kon bijna niet geloven dat ik dat was.”

Stoomlocomotief

„Waar ik het virus heb opgelopen? Waarschijnlijk in Noord-Brabant. Ik werk als vrachtwagenchauffeur en had daar een week voor mijn coronabesmetting een klus. Ze hadden er net carnaval gevierd en daar heeft het virus zich vermoedelijk verspreid. Gelukkig verbeterde mijn toestand na die verschrikkelijke dagen in thuisisolatie. Al moet ik erbij zeggen dat het telkens piepkleine stapjes waren. Ik had bijvoorbeeld wel vijf minuten nodig om de trap op te lopen. Over dertien treden hebben we het dan. Ik voelde me als een stoomlocomotief. Echt, dat houd je niet voor mogelijk. Ik denk ook dat mensen zich daar nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Ik kreeg te maken met terugvallen, omdat mijn koppigheid mij in de weg zat. Ik wilde te veel, terwijl dat helemaal niet goed voor mij was. Dat corona geen normaal griepje is, heb ik aan den lijve ondervonden. Ja, ik kamp met overgewicht. En ja, mijn immuunsysteem is vanwege mijn werk wellicht wat meer verzwakt. Dat dat virus zo om zich heen zou grijpen, had echter niemand verwacht. Ik ben blij dat ik er nog ben, al is mijn longinhoud wel zwaar aangetast. Ik moet nu keuzes maken in wat ik wel en niet kan doen.”

Poppetjes

„In 2019 ben ik bij DESZ ingestapt als jeugdbestuurder. Ik had altijd al wel de ambitie om de club naar een hoger niveau te tillen. Een trainer ben ik niet, wel kan ik mensen aansturen en de poppetjes op de juiste plek zetten. Ondertussen houd ik mij met heel veel zaken bezig binnen de club. Wedstrijdsecretaris bij de jeugd, coördinator van bijna alle jeugdteams, en het indelen van de velden en de kleedkamers. Zijdelings bemoei ik mij ook nog met de kleding en het materiaal. Elke doordeweekse avond ben ik op het sportpark te vinden en natuurlijk op de zaterdag. Ja, het kost allemaal bergen met energie, maar ik krijg er veel voor terug. En als het te veel wordt, trapt mijn vrouw wel op de rem. Het allermooiste vind ik het om langs de velden te staan bij wedstrijden en te zien dat alles op rolletjes loopt. Ik ben dan wel hoofd jeugdzaken, maar ik zie mezelf niet als iemand die boven de partijen staat. Meer ertussen. Als anderen met goede ideeën komen, dan vind ik dat geweldig. Alleen red ik het namelijk niet, we moeten het met z’n allen doen bij DESZ.”

Lampje

„Ik ben door mijn coronabesmetting en de gevolgen daarvan meer gaan nadenken. Eerder zou het idee om bij DESZ te stoppen nooit in mij zijn opgekomen. Nu zijn er momenten dat het door mijn hoofd flitst. Neem ik niet te veel hooi op mijn vork? Is het niet beter om wat taken af te stoten? Ik wil er op zondag graag voor mijn gezin zijn en niet de hele dag moe op bed liggen. Soms gaat het lampje aan het einde van de week uit en slaap ik zo veertien uur. Dan merk ik weer wat dat virus met mijn lichaam heeft gedaan. Daar komt bij dat ik al langere tijd een ontsteking op een zenuwbaan in mijn hoofd heb. Die zit op een vervelende plek. Opereren is niet mogelijk. Je hebt het gevoel alsof je een voorhoofdsholteontsteking hebt. Ik ben ook vaak verkouden. Vooral nu kijkt iedereen je dan aan alsof je corona hebt. Vreet ook onbewust energie. DESZ moet blijven draaien, ook als ik onverhoopt weg zou vallen. Voorlopig kunnen ze op mij blijven rekenen. Daarvoor is de voldoening nog veel te groot.”