Goaltjesdief Kees Kist tikt zondag zeventig lentes aan. ‘Mooie carrière van ‘Het Dal’ naar Parijs’

Kees Kist en Johan Derksen sluiten vrede. Links 'Grote Kees'. Foto: Wilbert Bijzitter

Cornelis Kist, oftewel ‘Kleine Kees’, zag op 7 augustus 1952 in ‘Het Dal’ het levenslicht. Zijn talent was al vroeg zichtbaar. Behendig, snel, sterk aan de bal en een verwoestend schot. Dat was al te zien tijdens het jaarlijkse Gempo-jeugdtoernooi in de zomervakantie, waarin kinderen uit allerlei buurten van Steenwijk tegen elkaar voetbalden. Via de amateurs van Steenwijk belandde Kees bij SC Heerenveen, AZ’67 en Paris Saint Germain. Oftewel van ‘Het Dal’ naar Parijs.

Kees droeg tussendoor nog 21 keer het Oranjetricot. Ook veroverde hij als eerste Nederlander in 1979 de gouden schoen voor clubtopscorer. Uitgereikt in het Lido, het variététheater van de Franse lichtstad. Kees scoorde dat seizoen 34 keer voor de club uit Alkmaar. Kees Kist is ook twee zilveren ‘schuttersschoenen’ rijk. De blonde goaltjesdief van weleer tikt zondag zeventig lentes aan. In 2019 was er nog een warm eerbetoon voor Kees Kist in Steenwijk. Daarbij kleurde onder meer de Sint Clemens, de trots van menig Steenwijker, Oranje. Kees speelde met en tegen de groten der aarde, zoals Johan Cruijff en Diego Armando Maradona.

‘Damesbrommertje’

Als tiener scheurde de blonde krullenkop op zijn damesbrommertje door Het Dal. Bij AZ’67 vergaapte alles en iedereen zich aan zijn fraaie Jaguar, die was een stuk mooier dan het vehikel van trainer Georg Kessler. In zijn Franse periode bij Paris Saint Germain sjeesde Kees in een limousine over de ‘Champs ElyKees’. Van Het Dal naar Parijs, of van de Sint Clemens naar de Eifeltoren. Armoede en rijkdom gaven het leven van Kees Kist kleur. „Vroeger in Het Dal was je als kind gelukkig met een droge plak brood. Meer was er ook niet. Dan voetbal je in Parijs, tja dan speelt geld geen enkele rol meer”, zo merkte Kees een keer op. Vader Piet ging regelmatig mee naar de Franse lichtstad. En daar raakte monsieur Kist in gesprek met een bewonderaar. „Wie is dat toch die keerl?”, vroeg Piet. „Och pa, dat is de president, Francois Mitterrand.” Maakte weinig indruk. „Ja het zal wel, wat mot die vent toch allemoale”, zo reageerde pa.

‘De Snor’

En dan was er natuurlijk het akkefietje met ‘de Snor’. Dat kwam enkele malen ter sprake bij Voetbal Inside. Kees werd, als 16-jarige jongen in de hoofdmacht van Heerenveen, in de derby met Cambuur bewusteloos geslagen door Derksen. Hij moest per brancard van het veld. Tante Bertha nam revanche. Ze sloeg Derksen met haar tas vol in de snufferd. „Het was een schande wat hij me toen heeft geflikt, een jongen van zestien jaar, diep triest”, zo vertelde Kees.

Aan tafelgast Hans Kraaij junior van Voetbal Inside heeft Kees ook geen warme herinneringen. „In de wedstrijd zocht hij me altijd op, en riep de meest vreselijke dingen wat hij allemaal met me zou doen als ik bij hem in de zestien kwam. Die vent was compleet gestoord. En Derksen kon alleen maar schoppen en slaan, die kon echt voor geen meter voetballen.” De Snor kwam met zijn relaas. „Kist was de eerste Nederlandse profvoetballer die op witte schoenen speelde. Reden om hem extra hard aan te pakken, dat gekke gedoe. Hij probeerde me te poorten. Wat denkt zo’n boertje uit Steenwijk wel. Een snottebel was het nog”, zo merkte hij op.

Vrede getekend

Toch werd in Steenwijk na vijftig jaar de vrede tussen de twee getekend. De stevige sigarenroker kwam vanuit Grolloo over om zijn excuses aan te bieden. Daarbij werden op het marktplein vredesduiven van neef ‘Grote Kees’ losgelaten. De Snor keek wat schichtig om zich heen. „Het zweet loopt me langs de rug. Even zien of er ook dames met handtassen zijn.” Hij ging nog even in op de belegen affaire. „Destijds met Cambuur tegen Heerenveen heb ik Kees een klap op zijn bek verkocht. Och, dat deed ik wel vaker. Hij was lastig, wilde me poorten.”

In Steenwijk hoorde Johan dat de mep met de tas van tante Bertha kwam. „En ik maar jaren denken dat het Kees z’n moeder was.” Johan blikte even langs het podium richting de blauwe stoeltjes. „Ik zie veel goede voetballers. Dat was ik vroeger niet. Toch wel wat anders dan die kutclubjes waar ik voor gespeeld heb.” Derksen stak de brand in zijn sigaar en iedereen wilde met hem op de foto. „Tja, dit is niet meer te remmen. Och het is ook wel leuk, maar mijn vrouw wil niet meer met mij over straat.” Tussendoor merkt hij op dat hij wel meer spelers een beuk heeft gegeven. „Als ik die allemaal bij rond moet? Nou, dan ben ik tot mijn dood onderweg…’


Nieuws

menu