Karel Prins uit Fort is Nederlands kampioen scooterracen: ‘Aantal deelnemers is de laatste jaren schrikbarend achteruit gehold’

Fort - Op de Junior Track van het TT Circuit in Assen werd Karel Prins vorige maand Nederlands Kampioen in de klasse Topscooter. Hoewel hij al jaren bij deze races actief is, was het pas de tweede titel voor de inwoner van Fort.

Karel Prins is Nederlands kampioen scooterracen.

Karel Prins is Nederlands kampioen scooterracen. Gerrit Boer

Nadat hij vorig jaar een streep onder het scooterracen gezet had, wilde hij dit jaar dan ook niet meer om de titel strijden. Omdat voor zijn andere passie, het hardlopen, de wedstrijden allemaal werden gecanceld, had hij, naar later bleek, het gouden idee om in april alsnog op zijn snelle scooter te stappen en wat wedstrijdjes mee te pikken.

Wat betreft de scooterracerij was 2020 voor Karel Prins een vreemd jaar. In 2019 eindigde hij als tweede in de strijd om het Nederlands Kampioenschap. Nadat de kampioen besloot te stoppen, volgde Prins diens voorbeeld en meldde hij zich aan bij atletiekvereniging HAC’63 in Hoogeveen. „Hardlopen is mijn tweede passie en daar kreeg ik nu volop tijd voor. Ik ben geen hoogvlieger, maar het is voor mij wel iedere keer een uitdaging om bij wedstrijden betere tijden op de klok te zetten. Het vervelende was dat vanaf april geen wedstrijden meer werden gehouden vanwege corona. Ik dacht toen dat ik dan net goed zo weer op de scooter kon stappen om een paar wedstrijdjes mee te doen.”

Kleine verschillen

Het bloed kroop waar het niet gaan kan en in juni kon er weer op de baan bij Emmen en op het circuit in Vledderveen getraind worden. In juli reed Prins alweer zijn eerste race in de klasse Topscooter. In tegenstelling tot voorgaande jaren was het onderlinge verschil in de top klein. „Ik was gewend om veel races te winnen, maar dat was nu wel anders. Een man of drie, vier was aan elkaar gewaagd. Dat was op zich ook wel weer leuk. Het was in ieder geval spannend.”

Op drie wedstrijddagen werden zes races gehouden. Prins werd een keer vijfde, een keertje zevende, maar meestal eerste of tweede. Omdat hij de meest constante van allemaal was bleken zijn inspanningen goed genoeg voor zijn tweede titel. „Twee jaar geleden ben ik ook kampioen geworden. Ik zit al zesentwintig jaar in de racerij. Eerst in de Kreidlerklasse en later in de klasse met minibikes. Dus ik ben blij met deze titel. In die andere klassen is het me nooit gelukt.”

Klein groepje fanatiekelingen

Om kampioen te worden hoefde Prins niet zo gek veel tegenstanders voor te blijven. „Het aantal deelnemers is de laatste jaren schrikbarend achteruit gehold. Ik denk dat we nu nog met een mannetje of twaalf waren. We hebben in het verleden weleens wat acties ondernomen om er meer deelnemers en dan met name jonge rijders bij te krijgen. We waren op voorlichtingsdagen en er stond een mooi artikel in een motorblad. Jammer genoeg heeft het niet geholpen. Het is nog steeds hetzelfde kleine groepje fanatiekelingen. Jammer, maar het was voor mij op zich wel lekker, want het blijft leuk de beste te zijn.”

Coopertest

Ondertussen heeft Prins zijn snelle scooter in het vet gezet en staan de hardloopschoenen vooraan. Wekelijks loopt hij in de omgeving en is hij op de atletiekbaan in Hoogeveen van de partij. „Hardlopen deed ik altijd al, maar dat was meer als hobby. Nu is het nog steeds als hobby, maar ben ik wat fanatieker. Ik vind wel dat ik iets moet presteren. Maar laat ik duidelijk zijn, ik ben geen kampioen hardlopen. Laatst deden we de Coopertest. Dan moet je in twaalf minuten zoveel mogelijk meters afleggen. Nou, ik weet niet meer hoeveel ik precies liep, maar ik werd wel door eentje twee keer ingehaald. Daar keek ik wel van op hoor, haha. Actief zijn in een vereniging spreekt me aan. Het is gezellig en af en toe is er tijd voor een lolletje.” De favoriete afstanden van Karel Prins zijn de vijf en tien kilometer. „Ik heb ook al eens een halve marathon gelopen, maar dat duurde me te lang. Een hele marathon hoeft voor mij dus niet. Of ik volgend jaar nog weer ga racen? In principe niet. Het is nog maar de vraag of er wedstrijden komen. We zullen het zien.”

Door: Lo Dijkstra