Marathonloopster Andrea Deelstra bereidt zich voor op de Olympische Spelen met de waterkokers aan en de verwarming op dertig

Het is vaak ongelijk verdeeld in de wereld van de topsport. Waar heel Nederland onlangs kon meegenieten van de keuzestress van Memphis Depay - zal ik de Mercedes Maybach S650 Cabriolet meenemen voor een ritje of toch maar de Rolls-Royce Cullinan? - daar moest marathonloopster Andrea Deelstra ooit haar huis verkopen om haar geliefde sport te kunnen bedrijven. Het is het allemaal waard geweest, want binnenkort maakt ze haar opwachting in Tokio.

Andrea Deelstra.

Andrea Deelstra. Foto: Erik van Leeuwen

Het was in december toen ze tijdens de marathon van Valencia 2 seconden onder de door NOC-NSF gestelde limiet van 2.28.30 bleef en het felbegeerde ticket naar Japan in de wacht sleepte. Kapot kwam de in Niebert geboren en in Dwingeloo opgegroeide atlete over de eindstreep in de Spaanse sinaasappelstad. Ze moest zelfs worden afgevoerd naar het ziekenhuis. Toch leek het volgens haar allemaal veel spannender dan het in werkelijkheid was.

„Ik zat de eerste helft van die marathon zo goed in de race, dat ik op mijn gemak een behoorlijke marge op het schema opbouwde. Er stond wel veel wind en het was best fris, waardoor ik op zeker moment krampverschijnselen begon te ontwikkelen. Ik had me voorgenomen dat ik in ieder geval tot kilometer 32 in het groepje moest blijven waarin ik liep. Daarna zou ik met beleid en op mijn eigen tempo naar de eindstreep kunnen lopen. Zo ging het ook, maar vanaf de 35ste kilometer merkte ik wel dat ik het schema goed in de gaten moest houden om op safe te lopen. Toch wist ik tot de laatste meters precies wat ik deed en ik verkeerde dus ook in het besef dat het goed zou komen. Voor de toeschouwers was het waarschijnlijk veel spannender dan voor mezelf.”

Sinds ze het olympisch ticket op zak heeft, staat het leven van Deelstra in het teken van de voorbereidingen op Tokio. Of beter gezegd op het 1000 kilometer boven de hoofdstad gelegen Sapporo, waar de olympische marathon plaatsvindt. Eén ding wil de atlete absoluut uitsluiten: ze wil zich niet laten verrassen door het warme en vochtige klimaat van Japan. In Rio liep ze zich vijf jaar geleden stuk op de plotseling opgekomen, verzengende hitte, waardoor ze slechts als zestigste eindigde in plaats van de top 15 die ze zich aanvankelijk ten doel had gesteld. Dat moet dit jaar, op 7 augustus om precies te zijn, beter.

Op de Tacx in de badkamer

Om optimaal voorbereid te zijn heeft ze de hulp van het zwembad in haar huidige woonplaats Wapenveld ingeroepen. „Ik train daar in een afgesloten ruimte, waar ik een loopband heb mogen plaatsen. Als ik daar ga lopen, schroef ik de verwarming omhoog en zet ik wat waterkokers aan om de situatie in Japan zo goed mogelijk na te bootsen. Met die hulpmiddelen zit ik maar zo op 30 graden en 80 procent luchtvochtigheid. Soms neem ik ook plaats op de Tacx in onze eigen badkamer. Daar kan ik op dezelfde manier ook goed op trainen. Dat alles doe ik twee, drie keer in de week. Ik wil niets aan het toeval overlaten.”

Om dezelfde reden heeft Deelstra thuis ook een heuse hoogtestagekamer ingericht om rode bloedlichaampjes te kweken, zoals wielrenners dat bijvoorbeeld vaak in de bergen doen voorafgaand aan een grote ronde. „We hebben er een speciale generator voor aangeschaft”, vertelt Deelstra. „Normaal gesproken ga je dan in een hermetisch afsluitbare tent liggen, maar die paste niet in onze slaapkamer. Daarom hebben we de hele slaapkamer afgedicht met tape en purschuim, hebben we de generator in de kamer ernaast geïnstalleerd om die via een slangverbinding onze kamer op de juiste druk te laten brengen. Dat werkt perfect. Of mijn vriend het nog leuk vindt om met mij samen te wonen? Haha, ja hoor. En andersom ook.”

Topprestatie

Al met al moet het resulteren in een topprestatie in Tokio. Deelstra heeft zich vanaf het begin, toen ze zich op jonge leeftijd door een marathon op tv liet inspireren tot een topsportcarrière in die wereld, voorgenomen om drie keer een Olympische Spelen mee te maken. De eerste in Rio was om kennis te maken, tijdens de tweede in Tokio moet er worden gepresteerd en de derde, over drie jaar in Parijs, is er een om afscheid te nemen. „En dan met publiek, want dat zal ik in Japan echt wel missen.”

Ze weet precies wat ze moet lopen om straks in augustus een topprestatie neer te zetten. „Ik denk dat je het niveau van een 2.25 moet hebben om 2.30 te kunnen lopen in Japan”, rekent Deelstra voor.

Haar persoonlijke record staat op 2.26.46, gelopen op 27 september 2015 in Berlijn. „Maar eigenlijk maakt de tijd helemaal niet uit tijdens de Spelen. Als ik er drie uur over doe en ik word eerste, vind ik het prima. Op een toernooi gaat het erom hoe je het doet ten opzichte van je concurrentie. In Rio liep het niet zoals ik wilde, maar mijn doel is hetzelfde als toen. Ik word door Nederland afgevaardigd naar de Olympische Spelen, dus ik wil laten zien dat ik die nominatie waard ben. Dat betekent dat ik wil meestrijden in de finale. Een eindklassering in de top 15 zou fantastisch zijn. Veel zal afhangen van de vorm van de dag. Verder zullen degenen die zich optimaal hebben voorbereid op de omstandigheden het best voor de dag komen. Daar hoor ik hopelijk bij.”