Meppeler Hockeyvereniging viert 90-jarig bestaan

Wie 90 jaar wordt, viert feest. Dat is dan ook de reden dat bij de Meppeler Hockeyvereniging (MHV) komend weekend de vlag uit gaat. Op zaterdag en zondag staan op sportpark Koedijkslanden diverse hockeytoernooien op het programma, er is een lunch voor de leden en het hoogtepunt is ongetwijfeld de opening van het nieuwe hoofdveld.

Van links naar rechts: Jaap Zandbergen (het oudste lid van MHV en nog steeds een zeer actieve vrijwilliger), Arend Kuipers (bestuurslid stichting vastgoed MHV en tevens verantwoordelijk voor het onderhoud en de accommodatie), Olaf Agterbosch (voorzitter MHV) en Henk Keur (voorzitter stichting vastgoed MHV).

Van links naar rechts: Jaap Zandbergen (het oudste lid van MHV en nog steeds een zeer actieve vrijwilliger), Arend Kuipers (bestuurslid stichting vastgoed MHV en tevens verantwoordelijk voor het onderhoud en de accommodatie), Olaf Agterbosch (voorzitter MHV) en Henk Keur (voorzitter stichting vastgoed MHV). Foto: Frens Jansen

De aangekondigde party ’s avonds is vanwege de coronabeperkingen afgelast. De feestelijkheden stonden al in april gepland, maar ook toen stak corona daar een stokje voor. Voorzitter Olaf Agterbosch is ervan overtuigd dat deze feestavond later dit jaar of begin volgend jaar alsnog gehouden gaat worden. „Daar hadden we allemaal veel zin in, maar jammer genoeg hebben we, ook na overleg met de gemeente Meppel, moeten besluiten om het feest niet te laten doorgaan. Je moet het maar zo zien: wat in het vat zit verzuurt niet hè.”

Erg blij

De opening van het hoofdveld staat zaterdagmiddag rond de klok van half 6 gepland. „We zijn erg blij met ons nieuwe hoofdveld. Dat was er ook echt aan toe. In eerste instantie zijn we in gesprek geweest met de gemeente en de uitkomst was dat die de velden zou overnemen en dat wij die dan terug zouden huren. Uiteindelijk ging dat niet door omdat er geen ruimte meer in de begroting zat. We zijn niet bij de pakken neer gaan zitten en hebben een obligatie- en crowdfundingactie op touw gezet. Dat werd een groot succes. Er kwam zelfs meer geld binnen dan we nodig hadden. Daarom gaan we nog wat verbeteringen realiseren, zoals het hekwerk.”

Met ongeveer 500 leden is MHV, na de voetbalclubs, de grootste sportvereniging in Meppel. Maar voorzitter Agterbosch is niet helemaal tevreden over de verdeling van deze leden. „Wat ik erg jammer vind, is dat we komend seizoen geen herenseniorenteam meer op de been kunnen brengen. We hebben de pech dat veel jongens, zodra ze gaan studeren, vaak ook gaan hockeyen in de steden waar ze naartoe verhuizen. Er is wel van alles geprobeerd, maar het is nu niet gelukt. Er is nog wel een veteranenteam en dat speelt op een vrij hoog niveau.”

De jeugd is bij de Meppeler hockeyers uitstekend vertegenwoordigd, met ruim 30 jeugdteams. „En die doen het over het algemeen erg goed, ze spelen in sommige gevallen ook in de eerste of tweede klasse. Dat hebben we mede te danken aan het goede werk van onze trainers Maarten Salverda en Albert-Jan Vaartjes. Maarten is niet alleen trainer, maar hij bemoeit zich ook met andere zaken binnen de vereniging. Voor de jeugd is Albert-Jan de man die daar de lijnen uitzet. Dat is een goede combinatie, vinden we als bestuur.”

Betrokkenheid

Ernaar gevraagd is Olaf Agterbosch over het algemeen een tevreden voorzitter. „Ons nieuwe hoofdveld is een geweldige opsteker. De kantine en andere ruimten hebben al eens een fikse opknapbeurt gehad. Wat dat betreft hebben we het goed voor elkaar. Ook ben ik enorm blij met de betrokkenheid van de leden. In mijn ogen is dat een van de sterkste punten van MHV. Dat hebben we nu, met de aanleg van het nieuwe hoofdveld, ook weer gemerkt. De medewerking was echt fantastisch. Tevredenheid is er ook als het gaat om onze sponsors. In die heel vervelende coronatijd zijn er niet of nauwelijks sponsors afgehaakt. Ook dat zegt volgens mij genoeg over de binding die er met de vereniging is.”

„Mijn enige echte zorgenkindje is het herenhockey. We zitten te vaak met hetzelfde probleem. Dit betekent in de praktijk dat we het ene jaar wel en dan het andere jaar niet een herenteam voor de competitie kunnen inschrijven. Ons doel is om daar structureel wat verandering in aan te brengen. Met één team zijn we blij, maar als het er twee worden zou dat helemaal geweldig zijn. Dat moet dan ook het streven zijn, in mijn ogen. Om de hierboven geschetste situatie speelt het herenteam, als dat er is, ook vaak in de onderste regionen, in dit geval de vierde klasse van de hockeybond. Want als je na een of twee jaar afwezigheid weer een herenteam inschrijft, moet dat weer in de vierde klasse beginnen. Als je het niveau wilt verhogen, schiet dat dus niet echt op. We proberen het probleem bij het herenhockey aan te pakken om misschien een structurele oplossing te vinden. Het zou mooi zijn om in dit jubileumjaar een eerste aanzet te geven.”