RC Dwingeloo staat er goed op, maar mag nog wel wat groeien: 'Rugby lijkt chaos, maar er is juist veel controle'

Als er één teamsport is die niet op anderhalve meter kon worden gespeeld, dan is het wel rugby. Toch kon de jongste jeugd van rugbyclub Dwingeloo bijna het gehele coronajaar trainen, en af en toe een onderling wedstrijdje spelen. Het gaat dan ook goed met de aanwas van nieuwe jeugdleden, stelt Wouter de Groot, die namens de jeugdcommissie in het hoofdbestuur zit: „We krijgen er nog steeds leden bij. Dat wil je ook als vereniging. Want hoe meer leden, hoe meer je kunt.”

Wouter de Groot zit namens de jeugdcommissie in het hoofdbestuur van RC Dwingeloo.

Wouter de Groot zit namens de jeugdcommissie in het hoofdbestuur van RC Dwingeloo. Foto: Gerrit Boer

De 48-jarige rugbyer, die zelf nog in het eerste team actief is („Ik ben nog niet de oudste, wel wordt de snelheid minder”), zet zich volop in voor de jeugd. „Ik train de groep vanaf 8 jaar, iedere dinsdag en vrijdag. Ik denk dat we met zo’n 10 kinderen zijn begonnen. We hebben een behoorlijke groei doorgemaakt en zitten nu op bijna 25. Ook bij de allerjongsten, vanaf een jaar of 5, zijn we gestart met 7 of 8 kinderen en nu zijn dat er 15. Waardoor die groei komt? Een combinatie van factoren, denk ik. Rugby is een sport die leuk is om te zien. Die jongeren steken elkaar ook een beetje aan en nemen een keer een vriendje of vriendinnetje mee. Ook staat rugby als sport in een positief daglicht. Er is veel respect voor de scheidsrechter, de tegenstander en elkaar. Dat is ook een reden voor ouders om hun kind op rugby te doen. Ze zoeken bewust naar een respectvolle sport. Ach, we kunnen wel blijven analyseren, maar het is geen wetenschap hè. Laten we er maar gewoon van genieten.”

Leuke club

En dat laatste doet De Groot zelf ook. Hij begon in zijn studententijd in Delft te rugbyen bij Student Rugby Club Thor, ging later spelen bij RC ’t Gooi in Naarden (de oudste rugbyclub van Nederland) en verhuisde een aantal jaren geleden naar Dwingeloo. „Rugbyen blijft toch altijd kriebelen, dus werd ik hier lid. Dwingeloo is een leuke club op een mooie accommodatie en er gebeurt hier heel veel. Wat ik naast dat respect zo aantrekkelijk vind aan rugby is het verleggen van je grenzen. Dat geldt zeker op het fysieke vlak, maar ook als je traint op een bepaald teampatroon dat je wilt toepassen in een wedstrijd. Als dat dan lukt, heb je ook je grens verlegd. Rugby is een contactsport, daardoor moet het ook veilig en respectvol zijn. Er lijkt sprake te zijn van chaos, maar er is juist veel controle. Ook is de sfeer bij rugby altijd goed. Zo mag alleen de aanvoerder praten met de scheidsrechter en na de tijd bespreek je de wedstrijd met je tegenstander op een goede en gezellige manier. Die spirit , het samen doen en dat iedereen zijn ei kwijt kan in rugby. Dat spreekt mij allemaal erg aan in de rugbysport. En zo haalt iedere rugbyer er op zijn of haar manier wat uit.”

Daarmee maakt De Groot de zijstap naar de sportieve prestaties, die er afgelopen seizoen uiteraard niet waren. Nou, het eerste team speelde twee wedstrijden, totdat het in oktober klaar was. Een oefenpotje tegen RC Emmen en een competitieronde tegen RC Leeuwarden. Dat was het wel. „We spelen in de derde klasse. Bij Dwingeloo kijken we heel erg naar wat er kan, maar hebben we ook de sportieve ambitie om na te gaan wat er misschien ook mogelijk is. Als team en vereniging willen we optimaal presteren en faciliteren. We gaan ervoor, maar wel wetend wat er kan. Er heerst hier echt een winnaarsmentaliteit. We willen het beste eruit halen, maar daarvoor hebben we eigenlijk wel wat meer seniorleden nodig.”

Gezond

‘Rugbyclub Dwingeloo werd in 1974 opgericht door de Dieverse huisarts Willem Dinkla. De club telt nu zo’n 130 leden en bestaat uit senioren (heren en dames), colts, junioren en cubs (van 13 tot en met 18 jaar). En uit guppen, turven, benjamins en mini’s (van 4 tot en met 12 jaar)‘, zo staat te lezen op de website. „Het gaat goed met de vereniging en we zijn gezond. Ongeveer de helft van het ledenaantal is jeugd en we hebben een goedgevulde jeugdafdeling. Onze leden komen echt uit een ruime cirkel rondom Dwingeloo. Hoogeveen, Pesse, Beilen, maar ook uit Smilde, Appelscha en Assen. Er zijn ook leden die in Groningen wonen, daar studeren, maar wel iedere vrijdag terugkomen om hier te trainen en zondag normaal gesproken hun wedstrijd te spelen. Dat zegt ook wel wat over hun clubgevoel. Maar we hebben maar één mannenseniorenteam. En het vrouwenteam doen we samen met Zwolle. Ik zeg niet dat we móeten groeien, maar wenselijk is het wel. Heb je meer leden, dan kun je gewoon meer als vereniging met alles wat er op je af komt. Blijf je klein, dan is dat lastig. Neem nu de jeugdtrainingen. Doordat de groepen steeds groter worden, heb je als trainer ook meer te bieden. Dat past ook weer heel goed bij wat we als rugbyclub willen, namelijk onze leden aan het trainen krijgen. Je moet op de juiste momenten wat doen. Op die manier hoop je op een ‘zwaan-kleef-aan-effect’. En ik denk dat het goed voor de sport is dat er wat meer concurrentie is. Hier in de buurt heb je Emmen, Havelte en wij. Sommige kinderen komen uit Stuifzand, dat is voor hun ouders elke keer best een opgave. Publiciteit helpt ook. Net als de verrichtingen van het Nederlands rugbyteam. Als dat het goed doet, zien we dat niet direct terug in ons ledenaantal, maar als er wedstrijden van het Nederlands team op televisie zijn, vergroot dat wel de populariteit van de rugbysport. Wist je trouwens dat Robin Kok, ex-international, hier in Dwingeloo heeft gespeeld?”

En die rugbyspeler, die in 2015 voor het eerst zijn opwachting maakte bij Oranje, is zeker niet de enige bekende die een directe link heeft met RC Dwingeloo. Schrijver Tommy Wieringa woonde in Diever en werd op zijn zestiende lid van RC Dwingeloo. „Hij is de club altijd trouw gebleven en als we het seizoen afsluiten, dan komt hij meestal wel langs. Die seizoenafsluiting met een barbecue willen we sowieso houden, want wat ik echt heb gemerkt: mensen missen de vereniging wel.”