Rolstoeltennisser Tom Egberink (28) uit Hardenberg gaat vol vertrouwen naar Paralympische Spelen in Tokio: 'Drie keer is scheepsrecht'

Ontspannen en vol zelfvertrouwen stapt rolstoeltennisser Tom Egberink op 18 augustus in het vliegtuig naar Japan voor zijn derde Paralympische Spelen. In Londen (2012) en Rio (2016) vielen de puzzelstukjes om uiteenlopende redenen niet in elkaar, maar nu heeft de topsporter weinig aan het toeval overgelaten.

Rolstoeltennisser Tom Egberink.

Rolstoeltennisser Tom Egberink. Foto: Fam. Egberink

De 28-jarige, geboren en getogen in Hardenberg, en sinds kort woonachtig in Sneek, is de afgelopen jaren steeds dichterbij de wereldtop gekropen. Een medaille is dan ook realistisch. „Ik ben tot het uiterste gegaan om me optimaal voor te bereiden op de Paralympics. Drie keer is scheepsrecht”, klinkt een zelfverzekerde Egberink.

Alles in teken van Tokio

Acht keer eerder reisde hij voor toernooien al naar het land van de rijzende zon, maar deze reis moet eeuwige roem opleveren. „Eigenlijk moet dit mijn echte doorbraak worden”, beseft Tom Egberink. Al vijf jaar staat alles in het teken van Tokio. „De trainingen zijn geïntensiveerd en de begeleiding is professioneler geworden. Vijf keer in de week train ik in Amstelveen op het Nationaal Trainingscentrum van tennisbond KNLTB.”

De samenwerking met toenmalig bondscoach Dennis Sporrel, vanaf 2015, heeft Egberink geen windeieren gelegd. „Ik had correctie nodig, want ik deed te veel op de automatische piloot. Dennis kreeg me met zijn aanpak zover dat ik het beste uit mezelf haalde.” Met Esther Vergeer als één van zijn grootste voorbeeld. „De professionele aanpak maakte Esther zeer succesvol. Altijd was ze op zoek naar verbetering. Daar heb ik ontzettend veel waardering voor gekregen en veel van geleerd.”

Videobeelden analyseren

Tom Egberink en zijn team laten weinig aan het toeval over. Alle tennispartijen worden aan de hand van videobeelden nauwgezet geanalyseerd en dat geldt ook voor de tegenstanders. „Het gaat om details, om twee of drie punten meer of minder. De verschillen zijn heel klein en het komt aan op details. Op de beslissende momenten moeten de dubbeltjes net de goede kant opvallen.”

Voor zijn sport is Egberink zeker dertig weken per jaar in het buitenland. Dankzij zijn prestaties op de internationale toernooien is hij gestegen tot de nummer 8 van de wereld. Op het ‘heilige gras’ van Wimbledon in Londen was er in juli zelfs zilver op het grandslamtoernooi. „Dat was een perfecte generale voor de Paralympische Spelen. Een bewijs dat ik er dichtbij zit en dat geeft me veel zelfvertrouwen.”

Zes operaties in zes jaar tijd

Egberink kreeg in zijn sportleven al heeft wat te verstouwen. Op zijn negende werd door een aangeboren afwijking zijn been geamputeerd. Hij liet als tiener al zien dat een handicap niet het einde hoeft te zijn, maar juist een begin van een veelbelovende sportcarrière kan betekenen.

Ondanks veel voorspoed bleken blessures echter zijn grootste tegenstanders. Met zes operaties in zes jaar tijd waren er voldoende momenten in zijn loopbaan geweest dat Egberink er echt helemaal doorheen zat. Toch wist de rolstoeltennisser zichzelf altijd weer uit de put te trekken. „Ik heb door heel wat zure appels heen moeten bijten. Het werd een repeterend verhaal: revalideren en dan weer terugknokken naar topniveau. Dat deed ik de afgelopen zes jaren al meerdere keren en even zo vaak was er de twijfel of ik ooit nog weer het hoogste podium zou bereiken. De vastberadenheid won het van de twijfel.”

Parijs 2024: stip aan de horizon

Het resultaat is dat Egberink vanaf 24 augustus in Japan ons land zal vertegenwoordigen in het enkel- en dubbelspel, met serieuze medaillekansen. „Met mijn vertrouwde dubbelpartner Maikel Scheffers moet het mogelijk zijn om de droom waar te maken, maar ook in het enkelspel heb ik zeker kansen. Er ligt een stevige basis om in Tokio een medaille te pakken.”

Als die droom uiteenspat is dat voor Egberink een sportieve dip, maar niet het eind van zijn loopbaan. „Parijs 2024 is dan een stip aan de horizon. Met tussendoor veel internationale toernooien. Ik ben er nog lang niet klaar mee.”