Werner Vos uit Staphorst wil zich plaatsen voor Nederlands kampioenschap: 'Als ik mag kiezen, pak ik de gravelbike'

Werner Vos: 'Ik hoop dat ik op de gravelbike nog een stap kan maken. Tot nu toe beleef ik er enorm veel plezier aan.' Foto: Wim Goedhart

Hij is de taaie renner die een uitputtingsslag niet uit de weg gaat. En die zeker niet opgeeft. Precies wat een sportman op een gravelbike nodig heeft. Op de vraag van zijn team vorig jaar of hij het Nederlands kampioenschap op deze tweewieler zou willen rijden, zei Werner Vos volmondig ja. Uit het niets werd hij vierde.

„Dat was wel verrassend, ja”, zegt de 24-jarige inwoner van Staphorst. „De gravelbike is overgewaaid uit Amerika en hier erg in opkomst. Steeds meer profs en oud-profs maken de overstap. Het is weer een andere discipline dan wielrennen, veldrijden of mountainbike.” Het is een afmatting van zo’n 150 kilometer, legt Vos uit. „Je rijdt over zand- en grindwegen en kunt dus niet schuilen in andermans achterwiel. De renners moeten hun eigen weg vinden. Vorig jaar had ik mijn arm in het gips en heb ik niet veel kunnen trainen. Het NK was mijn eerste gravelwedstrijd, ik werd vierde. Ik bedacht: hé, ik ben goed én het bevalt me wel.”

Bevestiging

Vos is nog maar vier jaar amateurwielrenner. Voor het eliteteam van de Hanzerenners Zwolle rijdt hij weg- en veldwedstrijden. Namens het Scorpions Racing Team neemt hij deel aan 12- en 24-uursraces, granfondo’s en sinds vorig jaar dus ook gravelbikeraces. „Granfondo is een type wedstrijd binnen het wielrennen. Het zijn toertochten waaraan iedereen kan meedoen. Een soort marathon van Rotterdam op de fiets, maar dan veel langer. Mensen beschouwen het als tocht, maar het is wel degelijk ook een wedstrijd. Toen de vraag voor het gravelrijden kwam, leek het me wel leuk een keer wat anders te doen dan rondjes rijden op de weg. Ik wist echt niet wat ik van het NK kon verwachten, want ik heb vorig seizoen twee blessures gehad. Ik wist wel dat ik mogelijkheden had en het resultaat was daar een bevestiging van. Dus was het misschien toch een goede keuze,” zegt een lachende Vos, die werkvoorbereider is bij een staalconstructiebedrijf in Staphorst.

En zo heeft deze liefhebber aan het nieuwe seizoen ook nieuwe doelen gekoppeld. Naast het doel dat hij zich wil plaatsen voor het wereldkampioenschap granfondo in augustus, wil hij in september deelnemen aan het WK gravelbike. Voor dat laatste heeft hij vier mogelijkheden om zich te plaatsen. „In een van de UCI-wedstrijden die ik rijd in Valkenburg, Aken, Veenhuizen, Zweden en wellicht ook nog Polen, moet ik bij de top 30 rijden. Van de 1000 deelnemers zit ik naar schatting bij de beste 200. Het is even aftasten waar ik sta, maar dat moet lukken. Ook al rijden er jongens als Niki Terpstra en Laurens ten Dam mee. De rolweerstand speelt bij gravelbike een grotere rol dan bij wielrennen. Iedereen moet werk verzetten. Ik denk dat ik die taaiheid heb. De techniek neem ik mee uit het veldrijden, de tactiek uit het wielrennen en skeeleren. Dat laatste heb ik lang gedaan.”

Veel mogelijkheden

Met het rijden op de gravelbike is voor Werner Vos een nieuwe wereld opengegaan. „Het mooie vind ik dat je niet meer bent gebonden aan het asfalt. Als ik hier in de omgeving train, kan ik nu denken: Hé, ik ga hier eens linksaf, dat zandweggetje op. Ik rijd regelmatig richting het Dwingelderveld, over veldpaden. Dat biedt mij veel mogelijkheden. Je komt op plekken waar je met het wielrennen niet komt. Ik ben niet gebonden aan vaste wegen, dat geeft vrijheid. Ik doe nu veel disciplines tegelijk, dus het is nog zoeken. Ik hoop dat ik op de gravelbike nog een stap kan maken. Tot nu toe beleef ik er enorm veel plezier aan. Als hier morgenochtend drie verschillende fietsen staan en ik mag kiezen, dan pak ik de gravelbike.”

Vos heeft naast het fietsen nog een vrijwel volledige baan. „Gelukkig krijg ik veel medewerking, voor wedstrijden en trainingsweekenden. Mijn geld verdien ik niet met fietsen. Als ik ooit de kans krijg om prof te worden, grijp ik die zeker aan. Die paar keer dat ik met de ploeg op trainingskamp ben geweest, leefde ik als een prof. Fietsen, slapen, eten. Dat is het ultieme leven.”

Nieuws

menu