d'Olde Veste'54 blijkt kweekvijver voor talentvolle keepers: 'Plezier hebben is voorwaarde nummer 1'

De vier jeugdkeepers van d'Olde Veste'54, die voor een BVO uitkomen. V.l.n.r.: Arvid Moedt (SC Heerenveen), Eskil Moedt (SC Heerenveen), Arend-Jan van de Wetering (FC Groningen) en Jeroen Kajuiter (SC Cambuur). Foto: Adri van Sleen en en Ina Kok-Van Sleen

Steenwijk - Komend voetbaljaar kan het maar zo zijn dat vier jeugdkeepers van d’Olde Veste’54 uit Steenwijk onder de lat staan bij jeugdteams van een betaaldvoetbalorganisatie (BVO). Terwijl Eskil Moedt afgelopen jaar al deel uitmaakte van de jeugdopleiding van SC Heerenveen en Arend-Jan van de Wetering reeds zijn talenten laat zien bij FC Groningen, maken ook Arvid Moedt en Jeroen Kajuiter deze zomer de eervolle overstap naar een BVO.

Arvid Moedt heeft er inmiddels al trainingen op zitten bij SC Heerenveen, terwijl Jeroen Kajuiter bij de jeugdafdeling van SC Cambuur Leeuwarden zijn niet-geringe kunsten mag gaan vertonen.

Combinatie

Daarmee rijst de vraag of dat dit puur toeval is of dat het werk van de trainersstaf van d’Olde Veste’54 wordt beloond. Barry Ditewig, oud-doelman van onder meer SC Heerenveen, FC Emmen, ADO Den Haag en Alcides, is keeperstrainer bij d’Olde Veste’54 en had afgelopen jaar Arvid Moedt en Jeroen Kajuiter onder zijn hoede. „Het is een combinatie van factoren”, geeft Ditewig aan. „De jongens hebben talent, want dat is een eerste vereiste. Daarnaast hebben Pieter (Moedt MM) en ik geprobeerd om als trainers ons steentje bij te dragen.”

Wat voor de meeste keepers de aanleiding vormt om onder de lat te gaan staan, weet Barry Ditewig ook niet. „Ik wilde zelf altijd keeper worden, mijn broer en vader waren dat ook. Jeroen Kajuiter heeft eerst gevoetbald, maar hoe dat bij de andere drie zit weet ik niet precies. Maar uiteindelijk zijn ze allemaal toch in het doel beland.”

Wat een jonge speler tot een goede keeper maakt is in het jeugdvoetbal moeilijk in te schatten, maar ‘op niveau’ komt er volgens Ditewig al veel bij kijken. „Hoe pakt hij een bal, daar kun je al veel aan zien, maar bij een BVO wordt natuurlijk méér gevraagd. Hoe gaat een keeper een duel in? En het balgevoel, dat moet er echt wel in zitten.”

Plezier en passie

Barry Ditewig geeft echter ook aan dat keepen met plezier en passie begint. „Dat plezier hebben is voor mij voorwaarde nummer 1. Wanneer je dat als keeper niet hebt, gaat het vele trainen jou al tegenstaan. Jeroen Kajuiter ging naast het trainen bij d’Olde Veste ook naar de Sierd van der Berg Keepersacademy. Daar is hij beter van geworden en vervolgens mocht hij vanaf januari bij de jeugdopleiding van Cambuur meetrainen. Nu hij na de zomer definitief de overstap maakt, heeft die extra investering zich dus uitbetaald.”

Dat Arvid Moedt dezelfde stap maakt als zijn 2 jaar oudere broer Eskil verbaast Barry Ditewig niet erg. „Het zit in de genen”, klinkt het met een lach. Vader Pieter Moedt was in het verleden namelijk doelman van de toenmalige BVO Veendam. Aan het begin van dit voetbalseizoen werd al duidelijk dat de negenjarige Arvid de stap naar SC Heerenveen deze zomer zou maken zou. „Op basis van inzet en werklust heeft hij dat ook zeker afgedwongen.”

Hoe Eskil Moedt bij SC Heerenveen (‘onder 12’) en Arend-Jan van de Wetering, die afgelopen seizoen in het elftal ‘onder 14’ van FC Groningen speelde, er momenteel voor staan, is voor Barry Ditewig moeilijk in te schatten: „Je probeert de jongens wel te volgen, maar in deze coronatijd is dat natuurlijk moeilijk. Daarnaast hebben de jongens amper echte wedstrijden gespeeld. Maar nu alles weer een beetje op gang gaat komen, gaan we zien hoe de jongens zich ontwikkelen.”