Bij de veiling van Staphorster kleding, krijgen kopers hun nieuwe bezit letterlijk in de schoot geworpen

Eerst kijken en dan kopen. Foto: FRENS JANSEN

Het is een traditie met een verdrietig randje: de zogeheten goedverkoop bij Museum Staphorst. Als Staphorster dames overlijden, wordt hun garderobe soms geveild. Andere vrouwen of buitenstaanders kopen de kleding die zo een tweede leven krijgt. Gisterochtend was het weer zover.

Dirk Kok, oud-beheerder van het museum, treedt altijd op als veilingmeester. Voorafgaand aan het afhameren van de kleurrijke kavels, mogen de potentiële kopers rondkijken om te kijken of er wat van hun gading bij zit. Daarna vindt de verkoop plaats. Kok weet alles van de kleding en hij heeft vaak de lachers op zijn hand. Daardoor is het een veiling, gecombineerd met een les in de Staphorster historie en een onemanshow.

In de schoot

Als de kopers het meeste hebben geboden, maakt de veilingmeester van de kleding een bundel en gooit hij deze naar de koper. Die krijgen hun nieuwe aankoop letterlijk in de schoot geworpen. Zelden gaat het mis.

Nieuws

menu