Het is een zeer bijzondere dag voor de gemeente Staphorst. Een groep in klederdracht maakt deel uit van de erewacht en staat dus vóór de hekken, in plaats van erachter

In alle vroegte vertrok de bus vanuit Staphorst naar Den Haag. Jan ten Kate

Het is was gisteren een zeer bijzondere dag voor de gemeente Staphorst. 39 dames en zeven heren maakten deel uit van de erewacht op Prinsjesdag in Den Haag. Dat betekent dat de Staphorster in klederdracht niet achter, maar voor de hekken stonden.

Gisterochtend in alle vroegte vertrok de bus vanaf het Marktplein in Staphorst. De ambassadeurs van Staphorst werden uitgezwaaid door burgemeester Jan ten Kate van de gemeente Staphorst.

Dat de groep volwassenen en schoolkinderen naar Den Haag gingen, is op zich geen nieuws meer. Dat gebeurt al 22 jaar. Dat de mannen en vrouwen nu deel uitmaaten van de erewacht was wél heel bijzonder. Elk jaar is een andere provincie aan de beurt, nu dus Overijssel.

Niet alleen de Staphorsters maakten deel uit van de erewacht, ook medewerkers van Landschap Overijssel en het provinciale Rode Kruis stonden voor de hekken. Commissaris van de Koning in Overijssel, Andries Heidema, nodigde ze uit om te gaan. Het is een grote eer dat je als burger in de erewacht mag staan van het koninklijk paar. Dit jaar is prinses Amalia er ook voor het eerst bij. De dames mogen geen tas bij zich dragen en ze worden allemaal gescreend.

Het is een hele eer, maar het vergt ook wel wat van lijf en leden. Burgers en militairen die de erewacht vormen, lopen eerst in colonne naar een plek langs de route om vervolgens uren op dezelfde plek te staan. Tien Staphorsters staan daarom niet in de erewacht, maar gewoon, net als altijd, achter de hekken, met een stoeltje.


Nieuws

menu